Publicatie

Publicatie datum
Achtergrondstudie: de rol van de diabetesverpleegkundige binnen de diabeteszorggroep.
Merten, H., Wagner, C. Achtergrondstudie: de rol van de diabetesverpleegkundige binnen de diabeteszorggroep. www.nivel.nl: NIVEL, 2006.
Download de PDF
Door de toename van het aantal mensen met diabetes is de vraag ontstaan hoe men in de toekomst adequate zorg aan deze groep kan blijven bieden. De diabetesverpleegkundige binnen een multidisciplinaire zorggroep (de diabeteszorggroep) zou hierbij een rol kunnen spelen, waarbij taakherschikking tot de mogelijkheden behoort. In opdracht van de stuurgroep Modernisering Opleidingen en Beroepen in de Gezondheidszorg (MOBG) werd door het Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging (LEVV) in samenwerking met het NIVEL een project uitgevoerd waarin de rol van de diabetesverpleegkundige in een multidisciplinaire zorggroep centraal staat. Het doel van het project was om een competentieprofiel op te stellen voor diabetesverpleegkundigen waarin taakherschikking een plaats krijgt. Dit competentieprofiel is beschreven in een gezamenlijk rapport (LEVV, NIVEL, 2006) en bevat de benodigde kennis-, gedrags- en vaardigheidseisen voor de diabetesverpleegkundige nieuwe stijl.
Het competentieprofiel is ontwikkeld op basis van vooronderzoek waarvan deze achtergrondstudie een onderdeel is. Het doel van deze achtergrondstudie was om door middel van een literatuuronderzoek en een enquête inzicht te krijgen in de mogelijke rol van de diabetesverpleegkundige in de toekomst. Uit het onderzoek bleek dat er momenteel nog weinig literatuur beschikbaar is over diabeteszorggroepen en de effectiviteit van de diabetesverpleegkundige hierbinnen. Uit de beschikbare literatuur werd wel duidelijk dat de inzet van een diabetesverpleegkundige ertoe leidt dat richtlijnen beter opgevolgd worden en dat de geleverde zorg van minimaal gelijkwaardige kwaliteit is als die van een arts. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de diabetesverpleegkundige over het algemeen geen behandelverantwoordelijkheid had.
Vervolgens werd enquête onder een steekproef van huisartsen, internisten, diabetesverpleegkundigen en praktijkondersteuners/ praktijkverpleegkundigen (POH) uitgezet (N=274, respons 36%). Hieruit bleek dat een groot deel van de taken binnen de diabeteszorg ten tijde van het onderzoek door een arts uitgevoerd werd, daarnaast speelde de POH een belangrijke rol. Bij de deelnemende artsen was er voor de toekomstige situatie een bereidheid tot het verschuiven van taken richting de diabetesverpleegkundige, ook voor een aantal speciale handelingen. De POH houdt volgens de deelnemers ook in de toekomst een belangrijke rol binnen de diabeteszorg. Een opmerkelijk punt is dat de taakafbakening over het algemeen in 20% van de gevallen niet duidelijk is, de taak wordt hierbij door verschillende beroepsbeoefenaren uitgevoerd. Tot slot ziet men voor de patiënt ook een rol weggelegd bij de behandeling van zijn of haar diabetes.
Vragen, bel of mail:
C. (Cordula) Wagner
Directeur Nivel en hoogleraar patiëntveiligheid VU