Publicatie

Datum
29-06-2026

De beweging naar een sterkere eerste lijn: 2-meting ten behoeve van monitoring van het Integraal Zorgakkoord.

Arslan, I., Jansen, L., Meijer, M., Laarman, C., Simanowski, J., Tuyl, L. van De beweging naar een sterkere eerste lijn: 2-meting ten behoeve van monitoring van het Integraal Zorgakkoord. Utrecht: Nivel, 2026. 134 p.
Download de PDF

Door vergrijzing, een groeiende zorgvraag en personeelstekorten staan toegankelijkheid en capaciteit van de zorg onder druk. De eerste lijn beantwoordt het grootste deel van de zorgvragen en is cruciaal voor een betaalbaar zorgsysteem. Daarom hebben het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en zorgpartijen in het Integraal Zorg Akkoord (IZA) in 2022 afspraken gemaakt om de eerste lijn te versterken. Het Nivel monitort deze ontwikkeling voor het ministerie van VWS en zorgpartijen. Dit rapport betreft de 2-meting van de monitor ‘Beweging naar een sterkere eerste lijn’.

Er is beweging in de organisatie van de eerste lijn. Zo neemt de ontwikkeling van Regionaal Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s) en hechte wijkverbanden steeds concretere vormen aan: in veel regio’s is duidelijker welke partijen betrokken zijn, wie waarvoor aanspreekpunt is en welke rollen en verantwoordelijkheden daarbij horen. Daarnaast hebben samenwerkingsverbanden gewerkt aan een gedeelde visie als basis voor verdere ontwikkeling en samenwerking. Bevorderend voor deze samenwerking is de aanwezigheid van bestaande samenwerkingsstructuren waarop kan worden voortgebouwd; beperkte beschikbare capaciteit en tijd blijven knelpunten. Professionals werkzaam in de huisartsenzorg, wijkverpleging en het sociaal domein zijn overwegend positief over de onderlinge samenwerking, maar zien ook mogelijkheden tot verbetering, bijvoorbeeld op het gebied van verwijzing en terugkoppeling tussen de huisartsenpraktijk en het sociaal domein.

We zien ook beweging in patiëntenstromen: de potentiële vraag naar zorg in de eerste lijn blijft toenemen tussen 2019 en 2024. Minder patiënten hadden contact met de huisarts en op de huisartsenspoedpost tussen 2019 en 2024, terwijl het aantal verwijzingen door de huisarts naar medisch-specialistische zorg toenam. Deze bewegingen kunnen verschillende redenen hebben, zoals een toename in de complexiteit van patiënten, veranderingen in richtlijnen of verwachtingen van patiënten en zorgverleners. Zorggebruikers zijn over het algemeen tevreden over de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de eerste lijn, hoewel een deel lange wachttijden ervaart bij het sociaal domein.

Verder is beweging in passende zorg te zien: bijna alle huisartsenpraktijken in Nederland maken gebruik van Meer Tijd voor de Patiënt, een vergoeding van de zorgverzekeraar waarmee huisartsen langere consulten kunnen aanbieden. Het merendeel van zorggebruikers geeft aan voldoende tijd te ervaren tijdens consulten met de huisarts. Hoewel net als afgelopen jaar zorggebruikers over het algemeen positief zijn over de zorg en hulpverlening in de eerste lijn, geven ze aan dat er weinig wordt gesproken over leefstijl en kwaliteit van leven. Het gebruik van zelfzorginformatie via Thuisarts.nl daalt, mogelijk doordat mensen vaker AI-gegenereerde antwoorden in zoekmachines gebruiken. Negen op de tien zorggebruikers die eerstelijnszorg nodig hadden in het afgelopen jaar konden deze tijdig, op de gewenste locatie en van de gewenste zorgverlener krijgen. Hoewel het percentage verzekerden dat niet staat ingeschreven bij een huisartsenpraktijk stabiel is gebleven tussen 2020 en 2023, is het aantal huisartsenpraktijken met een volledige patiëntenstop toegenomen, wat de toegankelijkheid en continuïteit van de zorg onder druk kan zetten.

De beschikbare personele capaciteit is in de meeste eerstelijnssectoren tussen 2019 en 2024 licht toegenomen en blijft tussen 2024 en 2025 grotendeels stabiel. Tegelijkertijd blijft de ervaren werkdruk in de meeste eerstelijnssectoren onverminderd hoog.

Deze 2-meting laat beweging zien in de eerste lijn op het gebied van organisatie, patiëntenstromen, passende zorg en personele capaciteit. We adviseren partijen om de resultaten en achterliggende oorzaken samen te bespreken en te verkennen of bijsturing in beleid of praktijk nodig is. In 2027 volgt de derde meting van deze monitor, met doorontwikkeling richting het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.