Publicatie

Publicatie datum
De relatie tussen kwaliteits(deel)systemen en de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen.
Klein Ikkink, K., Wagner, C. De relatie tussen kwaliteits(deel)systemen en de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen. Utrecht: NIVEL, 2000.
Download de PDF
Zoals in veel zorginstellingen wordt er ook in verpleeghuizen gewerkt aan de invoering van kwaliteits(deel)systemen. In opdracht van het Ministerie van VWS is onderzocht of deze inderdaad een positieve invloed hebben op het welzijn van de patiënten, zowel vanuit het perspectief van de hulpverleners als dat van de patiënten.

Niet alle verpleeghuizen zijn even ver met de ontwikkeling en implementatie van kwaliteitssystemen. Een kwaliteitssysteem is pas als goed functionerend te beschouwen als activiteiten op elkaar zijn afgestemd en de resultaten van die activiteiten worden gebruikt om het kwaliteitsbeleid te evalueren en zo nodig bij te stellen.
De bewoners van verpleeghuizen zijn voor driekwart vrouwen, van wie iets meer dan de helft psychogeriatrische zorg nodig heeft. De verblijfsduur bedraagt gemiddeld drie jaar. Van hen heeft slechts 2% geen zorg nodig; 54% van hen heeft veel zorg nodig (9 tot 12 handelingen). Als indicator voor de kwaliteit van zorg (vanuit het perspectief van de hulpverlener) wordt het aantal 'ongewenste uitkomsten' gebruikt. Dit zijn uitkomsten die de kwaliteit van het leven van de bewoner negatief beïnvloeden, zoals decubitus en incontinentie. Uit het onderzoek blijken dat 62% van de bewoners 1 of meer ongewenste uitkomsten hebben. Hierbij is gekeken naar beperkte mobiliteit, decubitus, incontinentie urine, gebruik inwendig katheter, verbaal geweld, lichamelijke agressie, regressief gedrag en hallucinaties. Er blijken tussen de verpleeghuizen grote verschillen te bestaan in het aantal bewoners dat ongewenste uitkomsten heeft.
Verondersteld werd dat kwaliteits(deel)systemen en -activiteiten een positieve invloed hebben op het aantal ongewenste uitkomsten. Dit werd nagegaan voor de volgende deelsystemen: systematisch gebruik zorgplan, aanwezigheid betrokken cliëntenraad, het aantal protocollen, de aanwezigheid van commissies, het systematisch houden van functioneringsgesprekken in de instelling, intercollegiale toetsing en een kwaliteitswerkplan op alle afdelingen. Het bleek dat vooral de verschillen tussen de bewoners en minder die tussen de verpleeghuizen de variatie in het aantal ongewenste uitkomsten verklaren. Daarnaast blijkt dat een goed functionerende cliëntenraad een positief effect op het aantal ongewenste uitkomsten heeft. Ook de aanwezigheid van een kwaliteitssysteem is van invloed: naarmate er in een verpleeghuis meer kwaliteitsactiviteiten plaatshebben, hebben de bewoners minder fysieke ongewenste uitkomsten. Voor psychosociale uitkomsten gaat dit echter niet op.

Kwaliteit van leven
De bewoners zijn niet altijd positief over de zorg die zij ontvangen; deze voldoet trouwens ook niet altijd aan de heersende normen (NVBV). Wat betreft de aspecten 'pijnbeleving' en 'ervaren autonomie' oordeelt men positief. Over het aspect 'levenstevredenheid' is men echter negatiever. Wanneer specifieke kwaliteits(deel)systemen aanwezig zijn oordelen de bewoners over het algemeen gunstiger over de kwaliteit van zorg en van leven. De aard van de ongewenste uitkomst heeft weinig invloed op het oordeel van de bewoners. Alleen bewoners met decubitus zijn minder tevreden met hun leven; zij voelen zich minder veilig in het verpleeghuis.

Hoewel verpleeghuizen reeds sinds 1990 bezig zijn met de ontwikkeling van kwaliteitssystemen, lijken zij de afgelopen jaren hiermee weinig vordering te hebben gemaakt. Verschillende factoren kunnen hierbij een rol spelen. Het is mogelijk dat men blijft 'hangen' in de documentatiefase en niet toekomt aan de feitelijke invoering van een kwaliteitssysteem. Onontbeerlijk zijn daarbij systematische verbetercycli op grond van gegevens en terugkoppeling. Daarnaast verlopen veranderingen in organisaties vaak langzaam. Het kost immers nogal wat tijd voordat ieder is bijgeschoold en op de hoogte is van de vernieuwingen. Een gevaar hierbij is dat de vernieuwingen te veel van boven opgelegd worden. Een grotere betrokkenheid van de medewerkers vergroot de kans van slagen van een vernieuwing. Ten slotte is van groot belang dat de kwaliteitsactiviteiten regelmatig geëvalueerd worden.
Vragen, bel of mail:
C. (Cordula) Wagner
Directeur Nivel en hoogleraar patiëntveiligheid VU