Publicatie

Publicatie datum

Huisartsenzorg bij overgewicht en obesitas.

Kloek, C.J.J., Tol, J., Veenhof, C., Wulp, I. van der, Swinkels, I.C.S. Huisartsenzorg bij overgewicht en obesitas. Huisarts en Wetenschap: 2015, 58(2), 66-69
Lees online
Huisartsen kunnen een belangrijke rol spelen bij de preventie en behandeling van overgewicht en obesitas. De NHG-Standaard Obesitas geeft de huisarts vrijheid in het uitvoeren van zijn of haar behandelbeleid bij deze doelgroep. Met dit onderzoek wilden we inzicht krijgen in het behandelbeleid van huisartsen bij patiënten met overgewicht en obesitas, en in de factoren, zoals persoonskenmerken of persoonlijke visie op dieetzorg, die gerelateerd zijn aan dit beleid. In 2012 hebben we 800 huisartsen benaderd om een schriftelijke vragenlijst in te vullen. De vragen waren gebaseerd op de NHG-Standaard Obesitas. Door middel van beschrijvende statistiek en meervoudige lineaire regressieanalyses hebben we de factoren gerelateerd aan het bespreken van het gewicht en het verwijsbeleid voor voedings- en/of dieetadvies in kaart gebracht. Van de 307 respondenten (netto respons 39,0%) vond 82,9% het bevorderen van een gezond gewicht een belangrijk onderdeel van de huisartsenzorg. Huisartsen jonger dan 48 jaar brachten het gewicht minder vaak ter sprake bij zwaarlijvige patiënten dan hun oudere collega’s. Daarnaast bespraken ze het gewicht minder vaak met patiënten met overgewicht of obesitas als er geen sprake was van een daaraan gerelateerde klacht. De huisartsen verwijzen bijna de helft van de patiënten met obesitas naar een professional, bij voorkeur een diëtist (98,3%). Huisartsen die frequent interdisciplinair contact met een diëtist hadden en huisartsen met een gezond gewicht stuurden hun patiënt met obesitas vaker door. In het kader van de preventie van (ernstig) overgewicht vraagt het bespreken van gewicht en aan het gewicht gerelateerde onderwerpen bij patiënten met beginnend overgewicht vooral bij de jongere huisartsen om meer aandacht. Daarnaast blijken er tussen huisartsen verschillen te zijn in het verwijspercentage naar zorgverleners voor voedings- en/of dieetadvies.