Publicatie

Publicatie datum
Risico-indicatoren voor de langdurige zorgverlening.
Brink-Muinen, A. van den, Wagner, C. Risico-indicatoren voor de langdurige zorgverlening. Utrecht: NIVEL, 2004.
Download de PDF
Als elke zorginstelling voor langdurige zorg een checklist met 27 gegevens invult, weet de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in welke instelling cliënten mogelijk een verhoogd risico lopen op onverantwoorde zorg. Op de checklist moeten zaken staan als het percentage cliënten dat decubitus (doorligplekken) heeft, of hoe vaak er in het afgelopen jaar fouten zijn gemaakt bij de medicatieverstrekking.
Dit blijkt uit NIVEL onderzoek naar de ontwikkeling van een nieuw systeem voor het signaleren van mogelijke tekortkomingen in de zorg, in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Nu bezoekt de Inspectie één keer in de twee tot vier jaar alle instellingen voor langdurige zorg (verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorginstellingen, instellingen voor langdurige psychiatrische zorg en instellingen voor gehandicapten). In de toekomst wil de Inspectie dat instellingen zelf informatie aanleveren over de zorg die zij bieden. Aan de hand van die informatie besluit de Inspectie bij welke instellingen er mogelijk een risico op onverantwoorde zorg bestaat, en legt dáár vervolgens gerichte toezichtbezoeken af.`

Het NIVEL heeft aan de hand van literatuuronderzoek bepaald welke informatie de inspectie nodig heeft om te kunnen inschatten in welke zorginstelling er een verhoogd risico is voor de gezondheid en het welbevinden van de opgenomen patiënten.

Die informatie, die de inspectie moet attenderen op mogelijke tekortkomingen van de zorg, betreft de gezondheid van de opgenomen patiënten (o.a.: decubitus, ongewenst gewichtverlies), hun kwaliteit van leven (o.a.: onvoldoende keuzemogelijkheden wat betreft huisvesting of werkzaamheden, onvoldoende activiteitenaanbod), de kwaliteit van de zorg (o.a. onvoldoende inspraak in het zorgplan, medicatiefouten, valincidenten). Hierbij moet indien mogelijk in de toekomst gecorrigeerd gaan worden voor de aard en de ernst van de aandoeningen van de cliënten.

Voordat dit nieuwe systeem kan worden ingevoerd moeten zowel de instellingen als de inspectie nog aan het werk. De instellingen moeten de door de Inspectie gevraagde informatie gaan verzamelen, en dat allemaal op dezelfde manier zodat de cijfers goed te vergelijken zijn. De Inspectie moet normen gaan ontwikkelen om de geleverde informatie te interpreteren. Bijvoorbeeld: bij welk percentage cliënten met decubitus komt de inspecteur op bezoek?
Vragen, bel of mail:
C. (Cordula) Wagner
Directeur Nivel en hoogleraar patiëntveiligheid VU