Publicatie

Publicatie datum
Toepasbaarheid van het RAI voor verzorgingshuizen.
Meijer, A., Wiersma, L., Wierda, M., Bedaux, G., Wagner, C. Toepasbaarheid van het RAI voor verzorgingshuizen. Utrecht/Amsterdam: NIVEL, Vrije Universiteit, 1999.
Download de PDF
De zorg die verzorgingshuizen moeten bieden wordt steeds complexer. Daardoor is de behoefte ontstaan aan een instrument om de zorgbehoefte inzichtelijk te maken en het methodisch werken te ondersteunen. Niet alleen verzorgingshuizen, maar ook de Inspectie voor de Volksgezondheid en de overheid zoeken een instrument om de kwaliteit van zorg beter te kunnen beoordelen en het beleid te onder- bouwen.
In verpleeghuizen kent men al langer het Resident Assessment Instrument (RAI). Dit blijkt het zorgproces goed te structureren met behulp van systematische gegevensverzameling en de analyse van de belangrijkste problemen van de bewoners. Onderzocht is nu in hoeverre dit systeem ook toepasbaar is in verzorgingshuizen.
Het RAI bestaat uit drie onderdelen:
1. Een uitgebreide vragen- en screeninglijst (Minimum Data Set, MDS). Deze heeft onder meer betrekking op cognitief functioneren, continentie, stemming en gedrag, diagnosen en ziekten van bewoners.
2. Een signaleringssysteem voor problemen bij bewoners aan de hand van de vragen.
3. Beoordelingsrichtlijnen die wijzen op mogelijke oorzaken van een probleem en suggesties bevatten voor eventuele behandeling. Het RAI kent achttien richtlijnen, bijvoorbeeld voor decubitus, delier, psychosociaal welbevinden, voedingstoestand en mogelijkheden voor revalidatie.
Op grond van de zo verkregen informatie wordt een zorgplan vastgesteld.

Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de gegevensverzameling met behulp van de MDS verbetert. De gegevens worden gedetailleerder en actueler vastgelegd dan bij de huidige manier van registreren. Bovendien komen bij de huidige werkwijze de aandachtsgebieden ‘stemming en gedrag' en ‘psychosociaal welbevinden' eigenlijk pas aan bod als zich problemen voordoen. Doordat met de MDS meer wordt gelet op veranderingen, biedt het een ondersteuning bij het observeren en registreren van gegevens. Daardoor maakt het een betere en meer op preventie gerichte zorgverlening mogelijk.

Er wordt nog maar in weinig verzorgingshuizen met zorgplannen gewerkt. Zowel verzorgenden als leidinggevenden geven aan dat dit complex en tijdrovend is; de samenhang tussen de verschillende onderdelen ontbreekt vaak. Het is goed mogelijk dat het RAI deze samenhang kan aanbrengen, doordat de gegevens- verzameling gestandaardiseerd is en automatisch lijsten van problemen worden opgesteld. Hierdoor krijgt de verzorgende ondersteuning bij het methodisch werken. Bovendien genereert het RAI zorginformatie voor het management.

De verzorgenden zijn in het algemeen enthousiast over het RAI. Door de uitgebreide en gedetailleerde, maar niet overbodige, vragen worden zij zich bewust van de situatie van de bewoners en hun sterke en zwakke kanten. De MDS en het signaleringssysteem kunnen ondersteuning bieden bij het opstellen van een zorgplan, vindt 88% van de verzorgenden, terwijl 79% van hen er ook onder- steuning van verwacht bij de dagelijkse werkzaamheden.
De leidinggevenden zochten vaak al manieren om de zorgbehoefte inzichtelijker te maken en het methodisch werken te ondersteunen. Zij waren, evenals de verzorgenden, bij de presentatie van de resultaten van het RAI verrast door de mogelijkheden die het biedt.

Een duidelijk resultaat van het onderzoek is dan ook dat het RAI een bijdrage kan leveren aan een verbetering van de zorg in verzorgingshuizen. Op enkele punten moet de lijst worden aangepast aan de situatie in Nederlandse verzorgingshuizen. Verder is van belang dat het personeel geschoold wordt en voldoende tijd krijgt om een goed onderbouwd zorgplan op te stellen. De registratie vergt natuurlijk enige tijd. Maar een draagvlak ervoor is er zeker.
Vragen, bel of mail:
C. (Cordula) Wagner
Directeur Nivel en hoogleraar patiëntveiligheid VU