Publicatie

Publicatie datum

Working hours of general practitioners: Identifying differences in working hours with data obtained by a real time measurement tool.

Hassel, D.T.P. van. Working hours of general practitioners: Identifying differences in working hours with data obtained by a real time measurement tool. Utrecht: Nivel, 2020.
Download de PDF
Inleiding en vraagstelling
Dit proefschrift gaat over de tijdsbesteding van huisartsen. Tijdsbesteding is een belangrijk gegeven voor de discussies over werkdruk en beroepskrachtenplanning.
Terwijl in Nederland meer huisartsen worden opgeleid dan ooit en het aantal werkzame huisartsen elk jaar toeneemt, stijgt de beschikbare capaciteit aan huisartsen in fulltime equivalenten (FTE) minder snel door deeltijdwerken. Dit hangt samen met diverse veranderingen op de arbeidsmarkt van huisartsen en de organisatie van de beroepsgroep. Belangrijke trends zijn bijvoorbeeld meer vrouwelijke huisartsen en meer huisartsen in flexibele werkzame posities en grotere praktijken. Daarnaast heeft een aantal veranderingen rond de beroepsgroep hun invloed op de hoeveelheid werk in de huisartsenzorg: uitbreiding van het takenpakket van huisartsen, een grotere zorgvraag als gevolg van vergrijzing en beleidsveranderingen in de organisatie van zorg, waaronder substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn. In het licht van deze ontwikkelingen werden recent diverse onderzoeken rond ervaren werkdruk uitgevoerd (e.g. Newcom, 2018; Batenburg et al., 2018) en verschenen berichten in de media over bestaande en dreigende tekorten van huisartsen, in het bijzonder in de plattelands- en krimpgebieden. Ook in algemene zin wordt vastgesteld dat huisartsen een hoge en toenemende werkdruk ervaren. Dit kan leiden tot meer werkstress, uitval en een lagere kwaliteit van zorg. Het wordt hiermee steeds belangrijker om de werkdruk van huisartsen te monitoren en vooral deze objectief te meten. Daarvoor is het belangrijk dit te doen met behulp van betrouwbare methoden en tijdsbestedingsdata, waarbij ook de verschillende omstandigheden van huisartsen worden meegenomen. Dit proefschrift is erop gericht de werkuren van huisartsen zo objectief en betrouwbaar mogelijk te meten en hun tijdsbesteding te relateren aan de formele werkweek van huisartsen in FTE’s, hun werkzame positie, persoonlijke omstandigheden en de ervaren werkdruk. De werkuren van verschillende typen huisartsen variëren naar achtergrondkenmerken als geslacht en functie en deze variatie wordt steeds belangrijker door structurele veranderingen van de beroepsgroep (bijvoorbeeld meer vrouwen, meer waarnemers).

Als ik kijk naar eerder uitgevoerde (inter)nationale studies naar de tijdsbesteding van huisartsen dan vallen twee tekortkomingen op. Ten eerste geven deze onderzoeken vooral zicht op de tijdsbesteding op praktijkniveau of richten zij zich alleen op de uren van zelfstandig gevestigde huisartsen. Inzicht in de tijdsbesteding van het toenemend aantal huisartsen dat werkt als HIDHA en vooral als waarnemer ontbreken vaak. Ten tweede zijn ze gebaseerd op vragenlijst- of dagboekmethoden, die beperkingen kennen wat betreft betrouwbaarheid als gevolg van beperkte respons en ‘geheugeneffecten’. Dit is aanleiding geweest om een nieuwe onderzoeksmethode te ontwikkelen, die gebaseerd is op de time sampling technique (ook wel bekend als multi-momentopname) en het gebruik van SMS als medium om de tijdsbesteding van huisartsen zo real time mogelijk te meten. Met deze methode zijn gedurende 14 maanden elke week zo’n 20 huisartsen op willekeurige momenten tijdens de ‘meetweek’ met SMS’jes bevraagd over hun werkactiviteit. In totaal deden ruim 1.000 huisartsen mee aan dit landelijk onderzoek, dat hierna verder wordt uitgelegd. Het zijn deze tijdsbestedingsdata die centraal staan in dit proefschrift en waarmee de volgende twee hoofdvragen worden beantwoord:
1. Hoe kunnen de werkuren van huisartsen gemeten worden met een real time meetinstrument en SMS als medium, en hoe haalbaar, valide en betrouwbaar is deze methode?
2. Hoe kunnen de gemeten verschillen in werkuren tussen huisartsen verklaard worden door individuele-, functie- en praktijkkenmerken?