Nieuws
05-12-2016
Bekendheid en eerste ervaringen met de Wmo2015 van mensen met een lichamelijke beperking

Op 1 januari 2015 is de nieuwe Wmo in werking getreden. In 2015 is mensen met een lichamelijke beperking gevraagd naar de bekendheid met het Wmo-loket of het sociaal wijkteam en hoe ze zijn geïnformeerd over de veranderingen in de zorg. Eveneens is hen gevraagd naar veranderingen in de ontvangen ondersteuning, de eigen bijdrage, de belasting van de mantelzorger en aansluiting van de ondersteuning bij hun behoefte. Voor één op de drie mensen met een lichamelijke beperking betekende de introductie van de nieuwe WMO dat zij een hogere eigen bijdrage moesten betalen. Een kwart zei minder ondersteuning te hebben gekregen, terwijl een derde aangaf dat er in 2015 voor hen niets veranderd was. Voor drie op de tien Wmo-gebruikers met een lichamelijke beperking voldeed de ondersteuning die zij op dat moment kregen niet volledig aan hun behoefte. Dat aantal is vergelijkbaar met de situatie in 2012.

Een ruime meerderheid van de Wmo-gebruikers geïnformeerd over de veranderingen
Een ruime meerderheid, vier op de vijf mensen (83%) met een lichamelijke beperking die in 2015 gebruik maakten van ondersteuning of voorzieningen via de Wmo gaf aan geïnformeerd te zijn over de veranderingen in de langdurige zorg. In het voorjaar van 2015 was de helft van de mensen met een lichamelijke beperking bekend met het Wmo-loket of sociaal wijkteam in hun gemeente. Ruim één derde van hen had hierover gelezen op het internet, in een krant of folder. Minder dan 10% gaf aan dat de huisarts, de wijkverpleging of een andere hulpverlener hen hierover verteld had. Een kwart (25%) van de mensen met een lichamelijke beperking maakte in 2015 gebruik van Wmo-ondersteuning (of voorzieningen). Het ging vooral om hulp bij het huishouden, gevolgd door een vervoerskostenvergoeding of vervoerspas voor de beltaxi of regiotaxi. De helft van hen vond dat degene die vaststelde welke ondersteuning of voorzieningen zij nodig hadden, goed inzicht had in hun ondersteuningsbehoefte.

Hogere eigen bijdrage
In oktober 2015, driekwart jaar na de wettelijke datum van de veranderingen, is aan mensen met een lichamelijke beperking gevraagd naar het effect van de veranderingen op de hoeveelheid ontvangen ondersteuning, de hoogte van de eigen bijdrage, de ervaren kwaliteit van de ondersteuning en de belasting van de mantelzorger. Ruim een derde (37%) van de mensen met een lichamelijke beperking die in 2014 en 2015 Wmo-ondersteuning gebruikten, zei dat er voor hen niets veranderd was in de ondersteuning die zij kregen. De meest genoemde verandering was een hogere eigen bijdrage (37%). Een kwart gaf aan minder ondersteuning te krijgen dan voor 1 januari 2015. Eén tiende stelt dat de situatie zwaarder geworden was voor de mantelzorger. Drie procent van de mensen met een lichamelijke beperking gaf aan dat de eigen bijdrage juist lager geworden was en ook drie procent gaf aan dat zij meer ondersteuning ontvingen in 2015.

Onvervulde ondersteuningsbehoefte
De Wmo-ondersteuning die mensen met een lichamelijke beperking in 2015 kregen, voldeed lang niet altijd aan hun behoefte. Drie op de tien (29%) mensen met een lichamelijke beperking die gebruik maakten van ondersteuning of voorzieningen via de Wmo, had behoefte aan meer of andere ondersteuning dan zij op dat moment kregen. Zij hadden vooral behoefte aan meer uren hulp bij het huishouden, maar noemden ook behoefte aan gezelschap of begeleiding, praktische hulp in en om het huis of woningaanpassingen. Het percentage dat behoefte heeft aan meer of andere ondersteuning is vergelijkbaar met resultaten van onderzoek in 2012 onder Wmo-aanvragers die hulp bij het huishouden ontvingen.

Op basis van bovenstaande gegevens kunnen nog geen conclusies over de Wmo2015 worden getrokken. Het betreft hier een aantal specifieke vragen aan mensen met een lichamelijke beperking. In 2018 brengt het Sociaal en Cultureel Planbureau het eindrapport van de evaluatie Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) uit. Dit overkoepelend rapport richt zich op meer actoren en doelgroepen en kijkt breder naar de ervaringen met de langdurige zorg. Daarin zal beschouwd worden of de langdurige zorg zich ontwikkelt in de richting die het ministerie van VWS voor ogen heeft.

NIVEL panel
Dit onderzoek is uitgevoerd onder leden van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG). Gegevensverzamelingen bij het NPCG worden uitgevoerd door het NIVEL met subsidie van de ministeries van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Voor een overzicht van verschillende studies die deel uitmaken van de evaluatie van de Hervorming Langdurige Zorg zie de volgende website: http://www.scp.nl/Onderzoek/Lopend_onderzoek/A_Z_alle_lopende_onderzoeken/Evaluatie_Hervorming_Langdurige_Zorg_HLZ