Nieuws
25-06-2004

Betere richtlijnen voor verzorgenden

Het NIVEL heeft twee eenvoudige richtlijnen ontwikkeld waarmee verzorgenden kunnen leren om positieve momenten te brengen in het leven van verpleeg- of verzorgingshuisbewoners die dement zijn, en die daardoor depressief of apathisch worden.Mensen met dementie hebben vaak last van depressies, en als ze het laatste stadium van dementie bereiken raken ze ook apathisch: ze kunnen geen initiatief meer nemen en kunnen niet meer met anderen praten. In verpleeg- en verzorgingshuizen zorgen depressie en apathie bij verzorgenden voor gevoelens van machteloosheid. Zij willen de bewoners helpen, maar weten vaak niet hoe. Het NIVEL en verpleeghuis Waerthove in Sliedrecht (onderdeel van de RIVAS Zorggroep) hebben daarom twee richtlijnen ontwikkeld, die verzorgenden bij het begeleiden van deze bewoners kunnen ondersteunen. Ook familieleden/mantelzorgers zouden inspiratie kunnen opdoen uit de voorbeelden die in de richtlijnen staan.
De richtlijn bij depressie beschrijft de Plezierige-activiteiten-methode, die bij apathie de Zintuigactiveringsmethode (die ook bekend staat als ‘snoezelen’). Deze methoden zijn eerder in andere vormen toegepast en wetenschappelijk onderzocht. De methoden bleken toen depressie en apathie bij mensen met dementie te verminderen. 

'Plezierige-activiteiten-methode'
De methode houdt in dat verzorgenden op zoek gaan naar activiteiten die een bewoner nog plezier geven en hem begeleiden bij het ondernemen van deze activiteiten. De richtlijn over de Plezierige-activiteiten-methode beschrijft hoe verzorgenden op een systematische manier samen met de bewoner en diens familie, plezierige activiteiten kunnen selecteren. De richtlijn biedt ideen voor plezierige activiteiten, maar het uitgangspunt blijft dat de activiteiten die men kiest aan moeten sluiten bij de voorkeuren en mogelijkheden van de bewoner. Als een bewoner bijvoorbeeld van paarden houdt, dan kan hij samen met een verzorgende, een activiteitenbegeleider, of een familielid weer eens naar de manege gaan of samen een tijdschrift over paarden lezen. Activiteiten hoeven zeker niet altijd complex te zijn of veel tijd te kosten, een CD met favoriete muziek opzetten is soms ook zinvol. Het belangrijkste is dat de bewoner de activiteit echt plezierig vindt. In de richtlijn krijgen de verzorgenden uitgelegd hoe ze er op een systematische manier achter kunnen komen welke activiteiten iemand fijn vindt en hoe ze rekening kunnen houden met de wensen en beperkingen van een bewoner. Daarvoor is onder meer een formulier voor een begeleidingsplan opgenomen. Ook beschrijft de richtlijn hoe verzorgenden iemand kunnen begeleiden als hij sombere gedachten heeft.   

'Zintuigactiverings-Methode' ('Snoezelen')
Door de zintuigen van een bewoner te prikkelen, met bijvoorbeeld muziek, geuren of licht, krijgt een verzorgende contact met de bewoner. Deze kan op de prikkels reageren door bijvoorbeeld de verzorgende aan te kijken, te glimlachen of de spieren te ontspannen. Dit zijn voor de verzorgende aanwijzingen dat de bewoner de muziek of bijvoorbeeld een geur waardeert. Het belangrijkste in de 'Zintuigactiverings-Methode' is dat verzorgenden op een systematische manier uitzoeken welke prikkels een bewoner prettig vindt. De richtlijn beschrijft hoe zij dit stap voor stap kunnen doen. De richtlijn beschrijft ook hoe anderen, zoals de activiteitenbegeleiding en de familie van de bewoner, bij de 'Zintuigactivering' kunnen worden betrokken. Ook deze richtlijn gaat uit van de voorkeuren en mogelijkheden van de bewoner. Bijvoorbeeld bij een man die vroeger veel van wandelen in het bos hield, kan een verzorgende voor geurende dennentakken op de kamer zorgen of af en toe een CD met vogelgeluiden opzetten. Bij een vrouw die vroeger met haar kinderen graag taarten bakte, kan de verzorgende aan de kinderen vragen een verse appeltaart mee te nemen, zodat mevrouw kan genieten van de geur en smaak.

Voor het ontwikkelen van de twee richtlijnen is gebruik gemaakt van literatuuronderzoek, een bijeenkomst met experts en een zogenaamde pilot-implementatie waarin twee teams van verzorgenden de richtlijnen hebben uitgeprobeerd.
De projectsubsidie is verstrekt door ZonMw, in het kader van het ZonMw-programma ‘Verpleegkundige en Verzorgende Beroepsgroepen; Tussen Weten en Doen’.
De richtlijnen zijn beschreven in twee afzonderlijke boekjes, met voorbeelden, een casus en een formulier dat verzorgenden bij het toepassen van een richtlijn kunnen gebruiken. Een derde boekje beschrijft de achtergrond, het doel en de verantwoording van de richtlijnen.


Download ‘Het begeleiden van mensen met dementie die apathisch zijn’ (PDF)
Download ‘Het begeleiden van mensen met dementie die depressief zijn (PDF)
Download ‘Achtergrond, doel en verantwoording’(PDF)