Nieuws
22-03-2013

Bij alle stadia van dementie heeft mantelzorger behoefte aan steun

Mantelzorgers van mensen met dementie hebben in alle stadia van het ziekteproces behoefte aan professionele ondersteuning. Bijvoorbeeld adviezen hoe om te gaan met gedragsproblemen van de patiënt, informatie over het verloop van dementie en de mogelijkheden aan zorg. Naarmate de dementie langer duurt, ervaren mantelzorgers meer beperkingen in hun eigen sociale activiteiten. Dit stellen onderzoekers van het NIVEL en Alzheimer Nederland in The Open Nursing Journal.


De toename aan mensen met dementie zal in de toekomst niet vergezeld gaan van een groter aanbod aan professionele zorg. De zorg zal daardoor nog meer door mantelzorgers moeten worden opgevangen. Bijna alle mantelzorgers lopen echter tegen problemen aan bij de zorg voor hun familielid met dementie, zowel in het beginstadium van de ziekte als in latere stadia. Veel van hen hebben behoefte aan aanvullende professionele ondersteuning.
 
Gedragsveranderingen
In het beginstadium hebben ze vaak moeite om met de gedragsveranderingen van hun naaste met dementie om te gaan, ze zien vaak op tegen opname in een verpleeg- of verzorgingshuis van hun naaste en ze willen meer informatie over dementie en wat er mogelijk is aan professionele zorg in de regio. In latere stadia hebben ze meer last van eenzaamheid, ze krijgen vaak minder contact met familie en vrienden, en ook is de zorg vaak fysiek te zwaar.
 
Coachen en ondersteunen
NIVEL-programmaleider prof. Anneke Francke: “Casemanagers, huisartsen of andere betrokken zorgverleners moeten dus gedurende het hele ziekteproces mantelzorgers coachen en ondersteunen. Bij beginnende dementie zal die steun voor een groot deel uit informatie bestaan over de ziekte en het regionale zorgaanbod. In latere stadia zal er ook aandacht moeten zijn voor praktische ondersteuning, zodat mantelzorgers de zorg volhouden en zelf niet in een sociaal isolement terechtkomen.”
 
Onderzoek
Voor het onderzoek vulden ruim 1400 mantelzorgers van mensen met dementie een vragenlijst in over hun problemen en ondersteuningsbehoeften. Bijna de helft (49,8%) zorgde voor een familielid dat al tussen de 1 en 4 jaar dementie had, bij 44,2% had het familielid al meer dan 4 jaar dementie en bij (6%) had het familielid korter dan een jaar verschijnselen van dementie. Het is de tweede peiling in een monitorstudie, met tweejaarlijkse peilingen. Alzheimer Nederland gebruikt de conclusies voor belangenbehartiging en om het regionale aanbod aan dementiezorg te verbeteren. 
 
Subsidiënt en samenwerkingspartner
Alzheimer Nederland