Onduidelijkheid bij familieleden van mensen met een verstandelijke beperking over veranderingen in de langdurige zorg

11-09-2017
Onduidelijkheid bij familieleden van mensen met een verstandelijke beperking over veranderingen in de langdurige zorg

Gemeenten bieden onafhankelijke cliëntondersteuning, maar de meerderheid van familieleden van iemand met een verstandelijke beperking weet dit niet. Zij zijn ook niet allemaal bekend met het Wmo-loket of het sociaal wijkteam. Dit blijkt uit gegevens over 2014 – 2016 van het NIVEL Panel Samen Leven (PSL).

In 2016, twee jaar na invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), vindt tachtig procent  van de familieleden van een naaste met een verstandelijke beperking die geen Wlz-indicatie heeft, dat de ondersteuning voldoende is. Acht procent vindt de ondersteuning onvoldoende en twaalf procent weet het niet. In 2015 gaf familie van mensen met een matige verstandelijke beperking (27%) vaker aan zelf ondersteuning te bieden als gevolg van de veranderingen, dan familieleden van mensen met een lichte verstandelijke beperking (14%).

Informatievoorziening verbeteren
Zowel in de Wmo 2015 als in de Wlz is onafhankelijke cliëntondersteuning opgenomen die cliënten en mantelzorgers kan helpen bij hun vragen over en het zoeken naar oplossingen voor ondersteuning en zorg.  Twee derde van de gevraagde familieleden kende het niet en een derde wel, waarvan slechts een vijfde het daadwerkelijk gebruikt heeft. Het is niet bekend of deze mensen behoefte hebben aan cliëntondersteuning. Daarnaast kende bijna zes op de tien het Wmo-loket of sociaal wijkteam niet. Toch gaf ruim 65% van degenen die het loket niet kennen, wel aan te weten dat hun naaste ondersteuning via de gemeente ontvangt.
Het is van belang dat gemeenten goede informatievoorziening over het Wmo-loket (of sociaal wijkteam) en over de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning bieden, zodat de bekendheid met de mogelijkheden voor ondersteuning en zorg groter wordt.

Over het onderzoek
Voor het onderzoek hebben circa 250 familieleden uit het NIVEL Panel Samen Leven (PSL) drie keer een vragenlijst ingevuld in achtereenvolgens 2014, 2015 en 2016. In 2016 rapporteerden 122 van hen over een naaste met een Wlz-indicatie. Het PSL is een landelijk panel bestaande uit 530 mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking van 15 jaar en ouder en 350 naasten. Deze laatsten zijn voor dit onderzoek gevraagd mee te werken. Het onderzoek werd uitgevoerd door het NIVEL i.s.m. het SCP met een subsidie van VWS.