Publicatie

Huisartsenzorg in cijfers: het E-consult: hoe vaak en met wie?
Verheij, R., Ton, C., Tates, K. Huisartsenzorg in cijfers: het E-consult: hoe vaak en met wie? Huisarts en Wetenschap: 2008, 51(7), 317
Een consult per e-mail kan een normaal bezoek aan de huisarts vervangen. In 2006 werden op bijna twee miljoen consulten binnen de praktijken van het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) 1159 e-mailconsulten gedeclareerd. In ongeveer 30% van de 100 LINH-praktijken is in 2006 minstens één e-mailconsult gedeclareerd. Vooral bij de gezondheidscentra. In de meeste praktijken bleef het beperkt tot minder dan 25 e-consulten per jaar. Drie praktijken waren al bijna goed voor de helft van het totale aantal van 1159 e-mailconsulten. In totaal deden 777 patiënten een e-mailconsult, voor driekwart bleef het bij die ene keer. Ter vergelijking: de 100 LINH-praktijken hadden in 2006 271.509 patiënten en 1.902.902 contacten. Het loopt dus nog geen storm met het e-consult.
Sinds 1 januari 2006 mag een huisarts 4,50 euro voor een e-mailconsult in rekening brengen, mits dat een spreekuurconsult vervangt. Het moet wel gaan over een gezondheidsprobleem waarvoor de arts de patiënt al heeft gezien. Onderzocht is wie gebruik maakten van een e-consult, voor welke aandoeningen, en of het e-consult een spreekuurconsult uitspaarde. Het e-consult wordt relatief vaak gebruikt bij stofwisselingsziekten zoals diabetes, bij zwangerschap en ‘mannenkwalen’. Bij driekwart van de e-consulten was geen diagnose geregistreerd, de gebruikers ervan hadden vaker contact met de huisarts dan anderen. In verhouding maakten meer mannen gebruik van het e-consult dan vrouwen en vooral mensen tussen de 25 en 45 jaar. Volgens een rapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg uit 2003 zou 75% van de internetgebruikers via het internet vragen willen kunnen stellen aan hun huisarts. Op het internet is ook een groeiend aantal aanbieders van zorg via internet en e-mail te vinden. Deze trend lijkt echter vooralsnog niet echt te worden overgenomen in de reguliere huisartsenzorg. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens uit het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH). De gegevens zijn in 2006 verzameld. LINH is een project van NIVEL, WOK, LHV en NHG.
Vragen, bel of mail: