Publicatie

Publicatie datum

Monitoring Onbeperkt meedoen! Tweede meting overkoepelende indicatoren: 2016-2019.

Knapen, J., Zonneveld, E., Menting, J., Hulsbosch, L., Boeije, H. Monitoring Onbeperkt meedoen! Tweede meting overkoepelende indicatoren: 2016-2019. Utrecht: Nivel, 2020.
Download de PDF
Monitoring overkoepelende indicatoren
Met het Programma VN-verdrag Onbeperkt meedoen! van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt beoogd dat mensen met een beperking meer naar eigen wens en vermogen kunnen meedoen aan de samenleving. Het Nivel monitort de voortgang van de overkoepelende indicatoren van dit programma. Door middel van regelmatige metingen onder verschillende doelgroepen worden de ontwikkelingen op het gebied van participatie gevolgd. De metingen zijn afkomstig uit de Nivel Participatiemonitor en databronnen van het Trimbos-instituut en de Patiëntenfederatie Nederland. In al deze bronnen vullen mensen met een beperking zelf vragenlijsten in over hun participatie. De bronnen geven dan ook de situatie weer vanuit het perspectief van mensen met een lichamelijke, psychische, verstandelijke of zintuiglijke beperking. Waar mogelijk wordt hun deelname aan de samenleving vergeleken met die van de algemene bevolking. Dit rapport bevat metingen over de jaren 2016, 2018 en 2019.

Participatie op negen deelgebieden
Er is gekeken naar participatie op negen deelgebieden: (1) gebruikmaken van buurtvoorzieningen, (2) buitenshuis komen, (3) gebruikmaken van het openbaar vervoer, (4) betaald werk hebben, (5) vrijwilligerswerk doen, (6) een opleiding of werkgerelateerde cursus volgen, (7) uitgaansgelegenheden bezoeken, (8) activiteiten in verenigingsverband en/of cursussen doen, en (9) contact hebben met vrienden of goede kennissen.
Over het algemeen ligt de participatie van mensen met een lichamelijke beperking, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische aandoening in alle drie de jaren lager dan in de algemene bevolking. Het grootste verschil tussen mensen met een beperking en de algemene bevolking is te zien op het gebied van betaald werk. Dit geldt voor alle groepen.
Over alle groepen gezien is in de meeste deelgebieden het verschil in participatie tussen mensen met een beperking en de algemene bevolking gelijk gebleven (voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking op vier deelgebieden en voor mensen met een psychische aandoening op vijf deelgebieden). Op een aantal deelgebieden is dit verschil groter geworden (voor mensen met een lichamelijke beperking op vier deelgebieden en voor mensen met een verstandelijke beperking of psychische aandoening op drie deelgebieden). Deze grotere verschillen kunnen komen door een afname in participatie door mensen met een beperking en/of een toename in participatie in de algemene bevolking. Voor mensen met een psychische aandoening is het verschil met de algemene bevolking op één deelgebied kleiner geworden (deelname aan verenigingsactiviteiten en/of cursussen). Trendanalyses laten zien dat mensen met een lichamelijke beperking sinds 2016 minder gebruik zijn gaan maken van buurtvoorzieningen, zoals winkels en buurthuizen, en dat zij minder vaak buitenshuis komen. Mensen met een verstandelijke beperking zijn sinds 2016 minder (on)betaald werk gaan doen. Mensen met een psychische aandoening zijn minder vaak betaald werk of een opleiding gaan doen, maar maken vaker gebruik van buurtvoorzieningen, het openbaar vervoer en verenigingsactiviteiten.

Participatie naar wens en vermogen
Mensen met een lichamelijke beperking of psychische aandoening hebben vaker het gevoel dat zij niet meetellen in de maatschappij dan mensen in de algemene bevolking. Mensen in de algemene bevolking geven vaker aan (zeer) goede mogelijkheden te hebben om te leven op de manier zoals zij dat willen, dan mensen met een lichamelijke beperking of psychische aandoening. Sinds 2016 is er bij mensen met een lichamelijke beperking een afname van de mogelijkheden om te leven op de manier zoals zij dat willen.
Een meerderheid van de mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking geeft aan naar tevredenheid te kunnen gaan en staan in hun woning. Een minder groot deel is tevreden met hun mogelijkheid om buren, vrienden en kennissen te ontmoeten, uitstapjes of een reis te maken en naar hun werk of een andere locatie buitenshuis te gaan. De tevredenheid van mensen met een zintuiglijke beperking over de mogelijkheden om buren, vrienden en kennissen te bezoeken en uitstapjes en (vakantie)reizen te maken lijkt toe te nemen tussen 2016 en 2019.

Participatie op deelgebieden van persoonlijk belang
Op vier deelgebieden hebben we participatie gemeten van mensen die aangeven deze deelgebieden belangrijk te vinden. Dit zijn (1) gebruikmaken van het openbaar vervoer; (2) betaald werk hebben; (3) sporten in georganiseerd verband of een vereniging; en (4) bezoeken van attractie, museum, bioscoop, of theater.
Wanneer men het belangrijk vindt om op een bepaald deelgebied te participeren, dan wordt op dat deelgebied ook meer geparticipeerd. Maar ook op deze deelgebieden die door mensen met een lichamelijke beperking of psychische aandoening belangrijk worden gevonden, ligt de participatie dan nog steeds lager dan bij mensen in de algemene bevolking. Het grootste verschil is te vinden bij betaald werk.