Publicatie

Publicatie datum
Quickscan Beroepen & Opleidingen in de zorg, welzijn en kinderopvang: hoofdrapport.
Velden, L.F.J. van der, Putter, I.D. de, Lee, I. van der, Hassel, D.T.P. van, Batenburg, R.S. Quickscan Beroepen & Opleidingen in de zorg, welzijn en kinderopvang: hoofdrapport. Utrecht: NIVEL, 2013.
Download de PDF
In dit rapport wordt een overzicht gepresenteerd van diverse classificaties die gebruikt kunnen worden om alle relevante beroepen en opleidingen in kaart te brengen die aan de zorg bijdragen. Na een vergelijkende analyse van de classificaties is geconcludeerd dat, conceptueel/taxonomisch gezien, de standaard beroepenclassificatie 2010 en de standaard onderwijsindeling 2006 van het Centraal Bureau van
de Statistiek (CBS) de meest uitgebreide classificaties zijn om een zo breed mogelijke staalkaart van
zorgberoepen en zorgopleidingen in Nederland samen te stellen. Hiervan uitgaande zijn twee deelrapporten als losse bijlagen gemaakt:
1. Overzicht van alle potentieel relevante beroepen/functies in zorg, welzijn en kinderopvang in de standaard beroepenclassificatie 2010 (“Bijlage SBC-2010”),
2. Overzicht van alle potentieel relevante opleidingen in zorg, welzijn en kinderopvang in de standaard
onderwijsindeling 2006 (“Bijlage SOI-2006”).

Hiertoe is binnen de volledige standaard beroepenclassificatie 2010 en de standaard onderwijsindeling
2006, voor alle beroepen en opleidingen bepaald of zij volledig of deels relevant zijn voor de zorg,
welzijn of kinderopvang. Het criterium daarbij was dat het beroep, de functie of opleiding inhoudelijk
activiteiten uitvoert of aanleert die aan het leveren van zorg, welzijn en kinderopvang bijdragen. In
totaal zijn ruim 2.400 verschillende zorgfuncties/beroepen en ruim 1.700 verschillende zorgopleidingen
onderscheiden. Hierbij valt op dat voor sommige bekwaamheidsrichtingen en werksoorten binnen
de zorg meer verschillende functies/beroepen worden onderscheiden dan voor andere bekwaamheidsrichtingen en werksoorten. Ook worden voor sommige soorten opleidingsrichtingen binnen de zorg meer verschillende opleidingen onderscheiden dan voor andere opleidingsrichtingen. Specialisaties of verbijzonderingen binnen zorgberoepen en zorgopleidingen lijken soms samen te hangen met differentiatie van beroep/opleiding naar sector, organisaties of doelgroep, maar ook soms met locatie en tijdstip waarop het beroep/opleiding betrekking heeft. In de rapportages zijn geen uitspraken gedaan over het nut van specialisaties en verbijzonderingen binnen de zorgberoepen- en zorgopleidingenclassificaties.
De gemaakte selecties uit de classificaties van het CBS worden beschouwd als een weerspiegeling van wat kennelijk in het veld aan verschillende zorgberoepen en zorgopleidingen worden gedefinieerd en onderscheiden.

Vervolgens zijn de classificaties van alle relevante zorgberoepen en zorgopleidingen toegepast op de
Enquête Beroepsbevolking 2010 (EBB-2010). De EBB is de meest omvangrijkste arbeidsmarktsurvey
in Nederland die doorlopend door het CBS onder de beroepsbevolking wordt uitgevoerd. Na weging
blijkt dan dat in 2010 meer dan 1.170.000 personen een zorgberoep uitoefenen en dat ruim 2.200.000
personen een zorgopleiding hebben gevolgd.
Door te kijken naar enerzijds het beroepsniveau en de beroepsrichting binnen de zorg, en anderzijds
het opleidingsniveau en de opleidingsrichting binnen de zorg, kunnen we iets zeggen over de match
tussen zorgopleiding en zorgberoep in Nederland. Daarbij hebben we de data eerst geaggregeerd naar
een beperkt aantal beroeps- en opleidingsklassen. De match is het grootst bij hen die een (para)
medisch of verzorgend beroep op wetenschappelijk of middelbaar niveau beoefenen; hier heeft 50
tot 70% een hoogste opleiding afgerond op hetzelfde niveau en in dezelfde richting.
Daarnaast bleken er op basis van de EBB-2010-data significante verschillen te bestaan tussen regio’s
binnen Nederland wat betreft de verdeling van zorgberoepen en zorgopleidingen. In de centraalwestelijke
regio’s zijn meer personen woonachtig die een paramedische/sociaal-maatschappelijk zorgberoep
uitoefenen op een wetenschappelijk niveau. In de noordelijke en oostelijke regio’s van Nederland
zijn juist meer personen werkzaam in een verzorgend (para)medisch beroep op middelbaar niveau.
Duidelijk is dat er interessante analyses gedaan kunnen worden met de gehanteerde classificaties en de
bestaande data. Maar het hangt sterk af van het doel van de analyse welk aggregatieniveau gebruikt
moet worden. Het een en ander biedt in ieder geval een basis voor vervolgonderzoek. (aut. ref.)
Gegevensverzameling
Vragen, bel of mail:
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeid en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)