Nieuws
10-06-2003
Thuiszorg-technologie werkt en rukt gestaag op
Thuiszorgmedewerkers gebruikten in 2002 bij ruim twee keer zoveel cliënten een tillift als in 1999. Ook de steunkousaantrekker (een plastic hoesje waardoor de steunkous gemakkelijker over het been glijdt) werd vaker gebruikt: bij 79% van de aangetrokken steunkousen (in 1999 was dat 55%). Door deze en andere technische hulpmiddelen kunnen mensen langer thuis verzorgd en verpleegd worden, of wordt hun zelfstandigheid vergroot. Ook wordt het werk in de thuiszorg er lichter door: dankzij de tillift is de komst van een extra verpleegkundige zelfs regelmatig overbodig, volgens dertig procent van de ondervraagde thuiszorginstellingen.
Die toename van het gebruik van thuiszorgtechnologie is mede te danken aan het ZonMw-programma Thuiszorgtechnologie. Dat is er daadwerkelijk in geslaagd een aantal kansrijke thuiszorgtechnologieën te selecteren en het gebruik ervan te stimuleren. Niet elke als kansrijk ingeschatte technologie bleek echter succesvol. Het stimuleren van het thuis toedienen van antibiotica via een infuus is bijvoorbeeld niet gelukt. Dit blijkt uit twee recente NIVEL-rapporten naar het gebruik van technologische hulpmiddelen in de thuiszorg.

Bron:
  • Monitoring van het beleid en gebruik van thuiszorgtechnologie: eindrapport (NIVEL, 2003)
    Lees hieronder de samenvatting of download het rapport (PDF)
  • ZonMw-programma Thuiszorgtechnologie: evaluatie 2002 (NIVEL, 2003)
    Lees hieronder de samenvatting of download het rapport (PDF)
Steeds meer technologie in de thuiszorg

Tilliften en steunkousaantrekkers (een plastic hoesje waardoor de steunkous makkelijker over het been glijdt) kunnen het werk in de thuiszorg lichter maken. Dankzij de tillift is de komst van een extra verpleegkundige zelfs regelmatig overbodig, volgens dertig procent van de ondervraagde thuiszorginstellingen. Het toedienen van antibiotica via een infuus thuis gebeurt nog niet op grote schaal. Dit blijkt uit het NIVEL-onderzoek naar deze drie technologische hulpmiddelen thuis.

Door de toenemende vraag naar thuiszorg krijgt het gebruik van technologische hulpmiddelen thuis de laatste jaren meer aandacht. Deze hulpmiddelen kunnen de zelfstandigheid van de clint vergroten en het werk van verzorgende of verpleegkundige een stuk makkelijker maken. Het ZonMw-programma Thuiszorgtechnologie wil de thuiszorg verbeteren door het gebruik van technologien thuis te stimuleren. In 1998 heeft ZonMw drie technologien aangewezen om op grote schaal in de thuiszorg in te voeren: tilliften (uitgevoerd door Locomotion), steunkousaantrekkers (door Kenniscentrum voor Revalidatie en Handicap (iRv) en de toediening van antibiotica via een infuus (door TNO-Preventie en Gezondheid en het KwaliteitsInstituut voor Toegepaste Thuiszorgvernieuwing (KITTZ).

NIVEL-onderzoek
In opdracht van ZonMw heeft het NIVEL onderzocht of door de implementatie activiteiten van Locomotion, iRv en TNO-PG en KITTZ inderdaad meer gebruik wordt gemaakt in de thuiszorg van tilliften, steunkousaantrekkers en het toedienen van antibiotica via een infuus. Daarnaast heeft het NIVEL gekeken of de thuiszorginstellingen meer beleid ontwikkeld hebben op die drie gebieden.
Het NIVEL-onderzoek is in drie fasen verdeeld: een voormeting in 1999, een tussenmeting in 2000 en een nameting in 2002. Het NIVEL heeft vragen gesteld aan beleidsmedewerkers van thuiszorginstellingen, verpleegkundigen en verzorgenden in de thuiszorg en aan deelnemers van het patiënten Panel Chronisch Zieken.

Tillift
De tillift is meer in trek dan in 1999. De thuiszorginstellingen hebben duidelijk meer beleid ontwikkeld voor het gebruik van tilliften. Ook zijn er meer tilliften aangeschaft. De beleidsmedewerkers van deze instellingen ondervinden minder problemen met de organisatie, richtlijnen en materialen die bij de tillift horen en zij denken dat de tilliften in de praktijk vaker gebruikt worden. De scholing van gebruikers is verbeterd en dertig procent van de thuiszorginstellingen zegt zelfs dat de tillift regelmatig de komst van een extra verpleegkundige overbodig maakt (in 1999 was dat nog maar vijftien procent). Er zijn nog wel problemen: sommige gebruikers zijn niet deskundig genoeg om een tillift te gebruiken, de richtlijnen voor een veilig gebruik moeten beter ontwikkeld worden, veel clinten hebben thuis weinig ruimte en zij voelen zich soms onprettig of onveilig in een tillift.

Steunkousaantrekkers
Het beleid over en het gebruik van steunkousaantrekkers door verpleegkundigen en verzorgenden is duidelijk toegenomen de afgelopen 2 jaar. Vrijwel alle ondervraagde verpleegkundigen en verzorgenden zien voordelen in het gebruik van de steunkousaantrekker: het is minder pijnlijk voor de clinten, het gaat makkelijker en het kost minder kracht. De scholing in het gebruik van de steunkousaantrekker is verbeterd.
Ook een groep van 147 steunkousdragers (leden van het patiëntenpanel chronisch zieken) is genquteerd. Zij gebruiken dit hulpmiddel niet vaker of meer dan vroeger. De helft van hen vindt het aantrekken van steunkousen zwaar, te zwaar of onmogelijk zonder een steunkousaantrekker. Toch gebruikt tweederde van deze steunkousdragers geen steunkousaantrekkers. De meesten zeggen dat zij het niet nodig vinden (36%) en sommigen hebben nooit van een steunkousaantrekker gehoord (25%). Driekwart van de clinten die wel steunkousaantrekkers gebruiken, is er zeer tevreden over: het is fysiek minder zwaar, het schuurt minder over het been en is minder pijnlijk. Het grootste probleem volgens de thuiszorginstellingen blijft de financiering: bij de helft van de instellingen moeten de clinten de steunkousaantrekkers zelf betalen. De gebruikers zelf vinden dat overigens geen reden om dit hulpmiddel niet te gebruiken.

Toediening van antibiotica via een infuus thuis
Het beleid en het gebruik van de toediening van antibiotica via een infuus thuis zijn niet toegenomen. Thuiszorginstellingen noemen als problemen: de hoge kosten, de verschillende materialen waardoor scholing lastig is en de complexe behandeling. De groep mensen die in aanmerking komt voor toediening van antibiotica via een infuus thuis is maar klein. Daardoor is het moeilijk om de deskundigheid op peil te houden. Ook de overdracht en de samenwerking met de mantelzorg levert problemen op. Bovendien zijn er problemen met de levering van de medicatie en materialen.