Nieuws
16-06-2016
Zorgverleners: “Meer professionele tolken nodig voor goede zorg”

In 2012 is de vergoeding voor professionele tolken in de zorg voor veel anderstalige patiënten beëindigd. Sindsdien is voor de meeste gevallen waarin zorgverleners een tolk noodzakelijk vinden geen financiering beschikbaar. Het NIVEL onderzocht op verzoek van de artsenfederatie KNMG hoe vaak en wanneer professionele tolken noodzakelijk zijn en hoe vaak ze worden ingezet in de Nederlandse gezondheidszorg. Dit onderzoek gaat vooral over de situatie in 2015, dus níet over de asielzoekers of vluchtelingen die sinds 2016 versneld instromen in de gemeenten. Belangrijkste uitkomst: volgens artsen en andere zorgverleners is de noodzaak om professionele tolken in te zetten drie keer groter dan in de praktijk gebeurt.

Meer behoefte aan inzet professionele tolken
Voor goede zorgverlening is volgens zorgverleners bij 16% van alle anderstalige patiënten een professionele tolk noodzakelijk. Toch worden deze tolken in de praktijk maar bij 5% van de anderstalige patiënten ingezet. Dit verschil heeft te maken met de ontbrekende financiering en andere factoren, zoals een gebrek aan tijd. Het niet inzetten van tolken heeft volgens zorgverleners een negatief effect op de zorg en resulteert in extra zorggebruik. Zo kan de zorgvraag niet goed worden vastgesteld, lopen patiënten extra gezondheidsrisico en zijn er meer vervolgcontacten nodig.

Noodzaak van tolken wordt vooral bepaald door de zorgvraag en situatie
Als zorgverleners een professionele tolk inzetten, dan hebben ze daar goede redenen voor en vinden ze dit achteraf bezien ook bijna altijd noodzakelijk, dus terecht. Die noodzaak wordt volgens de zorgverleners vooral bepaald door de aard van de zorgvraag en de individuele situatie van de patiënt, zoals afwezigheid van een informele tolk (partner, familielid of kennis). Een professionele tolk wordt relatief vaak ingezet bij complexe zorgvragen en taboeonderwerpen, en is vooral noodzakelijk bij slechtnieuwsgesprekken en bij het verkrijgen van geïnformeerde toestemming voor een behandeling.

Tolken worden het vaakst ingezet in de JGZ en GGZ, en het minst in de huisartsenzorg
Zorgverleners zien vooral de noodzaak om een professionele tolk in te zetten bij eerste generatie migranten uit niet-Westerse landen. Er is een groot verschil qua inzet van professionele tolken tussen de zorgsectoren. Zo wordt in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) bij 72% van de contacten waarbij dit noodzakelijk is een tolk ingezet, in de ziekenhuiszorg bij de helft (51%), in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) bij een derde (33%), en in de huisartsenzorg bij slechts 10% van deze contacten. Landelijk gezien is er vooral in de JGZ en in de huisartsenzorg meer behoefte aan professionele tolken. Nu hebben artsen en andere zorgverleners veelal te weinig tijd en (financierings)mogelijkheden om een tolk in te zetten.

Aanbevelingen voor de praktijk
Om de belemmeringen voor het inzetten van professionele tolken weg te nemen is het van belang om tolkvoorzieningen toegankelijker te maken door ruimere vergoedingsmogelijkheden. Tevens is het van belang dat zorgverleners beter worden geïnformeerd en gefaciliteerd bij hun inschatting en keuzes om wel of geen professionele tolk in te zetten. Bijvoorbeeld door meer bekendheid te geven aan de Kwaliteitsnorm, het tolkenbeleid van instellingen en praktijken op deze norm te baseren, en door zorgverleners te trainen.

Inventariserend onderzoek
De gegevens voor dit onderzoek zijn verzameld in de periode van september 2015 tot half februari 2016, met een landelijke enquête onder zorgverleners en registraties van contacten met anderstalige patiënten in de Randstad waar het aandeel anderstalige patiënten het hoogst is. Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder 1.188 zorgverleners in vijf sectoren (huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en verloskunde) en registraties van 2.061 contacten met anderstalige patiënten door 93 zorgverleners werkzaam in vier sectoren (exclusief verloskunde).

Opdrachtgever en subsidiënt:
KNMG en ministerie van VWS

Contactpersoon: