Project
afgesloten

Is er een relatie tussen het doorgemaakt hebben van Q-koorts en ernst en beloop van COVID-19?

Duur: sep 2020 - jan 2021

Q-koorts kwam vooral voor in het oosten van de provincie Noord-Brabant in de jaren 2007-2010. COVID-19 werd aanvankelijk (2020, eerste golf) ook vooral in dit deel van de provincie gezien. Over die overlap is enige onrust ontstaan bij patiënten en (huis-)artsen in deze regio; het vermoeden is dat een verleden met Q-koorts de kans op het krijgen van COVID-19 zal vergroten en dat het ziekteproces ernstiger een ernstiger verloop zal hebben. Daarnaast was behoefte aan inzicht in de comorbiditeit van patiënten met COVID-19.
Epidemiologisch onderzoek is in die periode nauwelijks mogelijk: er wordt (nog) niet getest op COVID en patiënten worden minder door de huisarts gezien dan gewoonlijk. Het onderzoek kan daarom alleen kwalitatief van aard zijn.
De vraagstelling bij een kortdurend project in de regio: In hoeverre heeft comorbiditeit in het algemeen en het hebben doorgemaakt van Q-koorts in het bijzonder, een rol bij het voorkomen en de ernst/het beloop van COVID-19 in de Oost-Brabantse huisartspraktijk?

Bij comorbiditeit gaat het om chronische aandoeningen die aanwezig waren voorafgaand aan de besmetting met COVID-19, zoals COPD, astma en diabetes mellitus II en ook (chronische) Q-koorts (en QVS).

Doel
In dit project wordt specifiek een mogelijke samenhang onderzocht tussen de aantallen patiënten met (een bewezen) COVID-19 die in het verleden werden gediagnostiseerd met Q-koorts en/of er nog chronisch onder lijden en de invloed op het beloop van de COVID-19 episode. Op beschrijvend niveau ontstaat zo snel een indicatie of mensen die Q-koorts doormaakten of een andere co-morbiditeit hebben, relatief vaker COVID-19 kregen en/of een ernstiger beloop kenden.

Methoden
Sinds 2009 werken onderzoekers van het Nivel continu samen met huisartsen in dit gebied in het kader van projecten over de mogelijke invloed van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden (projecten Intensieve Veehouderij en Gezondheid (IVG) en Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO). Er bestaat een goede relatie met de deelnemende huisartsen en hun commitment aan de projecten is steeds groot.
Er worden ca 50 huisartsen geïnterviewd. Bij het interview hebben zij toegang tot de elektronische dossiers van de bij hen ingeschreven patiënten. Voor iedere patiënt die COVID-19 doormaakte (bij voorkeur getest) of eraan overleed wordt de co-morbiditeit nagegaan, waaronder Q-koorts in het verleden of chronisch nog aanwezig. De methode van dataverzameling kan worden beïnvloed door de lopende pandemie. Eerste voorkeur is een fysiek interview, tweede een telefonisch interview en als laatste mogelijkheid een vragenlijst. De onderzoeksperiode is vanaf eind februari 2020 tot het moment van het interview. De uitgeschreven teksten worden met behulp van beproefde methoden van kwalitatief (en gedeeltelijk kwantitatief) onderzoek geanalyseerd.

Verwachte resultaten:
De bevindingen zullen worden weergegeven in een factsheet.
Dit project wordt gesubsidieerd door
Ministerie van VWS