Bestuderen van praktijkvariatie leidt tot verbetersuggesties voor patiëntveiligheid bij kwetsbare ouderen
Nieuws
16-11-2021

Bestuderen van praktijkvariatie leidt tot verbetersuggesties voor patiëntveiligheid bij kwetsbare ouderen

Patiënten van zeventig jaar en ouder moeten bij een ziekenhuisopname volgens de landelijke richtlijnen worden gescreend op kwetsbaarheid, om zodoende functieverlies te voorkomen. Deze richtlijnen worden door ziekenhuizen vertaald naar protocollen, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale context. In de dagelijkse praktijk bestaat er variatie in het toepassen van de bestaande protocollen. Het Nivel en het Amsterdam Public Health (APH) research institute deden gezamenlijk onderzoek naar deze variatie in de praktijk. Met de inzichten die dit opleverde hebben ziekenhuisafdelingen die deelnamen aan het onderzoek verschillende suggesties ter verbetering van het screeningsproces. Door het screeningsproces zoals dit verloopt in de dagelijkse praktijk visueel inzichtelijk te maken, kunnen ziekenhuizen van elkaar leren, zo is de ambitie.

Met dit onderzoeksproject hebben we de knelpunten in de ziekenhuispraktijk bij het screenen van patiënten van zeventig jaar en ouder blootgelegd om zo handvatten te bieden voor verbetering.

  1. In de eerste fase van het onderzoek hebben we de landelijke richtlijnen voor de screening op kwetsbaarheid gevisualiseerd. Het resultaat daarvan is te bekijken in het eerder gepubliceerde factsheet Leren van variatie in de praktijk: nieuwe methode om functieverlies bij kwetsbare ouderen tijdig te signaleren bij ziekenhuisopname.
  2. In deze tweede fase van het onderzoek hebben we de ziekenhuisspecifieke protocollen bestudeerd en vergeleken met zowel de landelijke richtlijnen als de dagelijkse praktijk; om zo bestaande knelpunten aan het licht te brengen. Met kennis over deze knelpunten hebben deelnemende ziekenafdelingen een start gemaakt met het optimaliseren van hun screeningsproces.

Safety-II-benadering: praktijkvariatie begrijpen

Praktijkvariatie ontstaat doordat de werkomstandigheden van zorgverleners constant aan verandering onderhevig zijn, bijvoorbeeld door factoren als werkdruk en personeelstekort. Dit houdt in dat zorgverleners zich doorlopend dienen aan te passen om goede zorg te kunnen blijven bieden, iets wat veel veerkracht vereist. In de ambitie patiëntveiligheid verder te verbeteren lag de focus voorheen voornamelijk op het naleven van richtlijnen en protocollen (volgens de zogenaamde Safety-I-benadering). De laatste jaren verschuift de focus steeds meer naar het begrijpen van de context waarbinnen de zorg geboden worden en de variatie die er is in de dagelijkse praktijk (de Safety-II-benadering). Om de patiëntveiligheid verder te verbeteren is er binnen de Safety-II benadering meer aandacht voor het vermogen van zorgverleners om te anticiperen op en om te gaan met onverwachte situaties.

Ziekenhuisafdelingen komen zelf met suggesties om de patiëntveiligheid te bevorderen

We hebben voor verschillende ziekenhuisafdelingen in kaart gebracht waar en waarom praktijkvariatie optreedt binnen het screeningsproces van kwetsbare ouderen. Dit hebben we gedaan door de ziekenhuisprotocollen (Work-As-Imagined) te vergelijken met de uitvoering in de dagelijkse praktijk (Work-As-Done). Op basis van deze vergelijking kwamen zowel bevorderende als belemmerende factoren naar voren voor het uitvoeren van de volledige screening op kwetsbaarheid. De deelnemende afdelingen hebben gekeken naar wat zij van elkaar kunnen leren en op basis daarvan verbetersuggesties geformuleerd, met als doel de protocollen en de uitvoering van de dagelijkse praktijk dichter bij elkaar te brengen.

Ziekenhuisafdelingen maken begin met het aanpassen van het screeningsproces

De nieuwe inzichten hebben ertoe geleid dat de deelnemende ziekenhuisafdelingen zijn begonnen met het aanbrengen van verbeteringen in het screeningsproces. We noemen de volgende:

Voorbeelden van doorgevoerde verbeteringen in het screeningsproces

  • Er bleek veel onduidelijkheid te zijn over wie verantwoordelijk is voor het bijhouden van de vocht- en voedingslijsten voor de screening op de indicator ondervoeding. Doordat de lijsten als gevolg hiervan onvolledig werden ingevuld, hadden verpleegkundigen onvoldoende zicht op wat patiënten binnenkregen. Eén van de deelnemende afdelingen is hiermee aan de slag gegaan en heeft inmiddels een nieuw protocol voor het bijhouden van de vocht- en voedingsbalans geïmplementeerd.
  • Een deelnemende afdeling gaat onderzoeken of het veelgebruikte meetinstrument Delier Observatie Schaal Score (DOSS) wel geschikt is om het risico op een delier in kaart te brengen bij patiënten met neurologische en/of cognitieve aandoeningen.
  • Verschillende afdelingen gaan scholing geven over onder andere het belang van screenen op ondervoeding en de rol die het Consult Team Ouderen kan spelen in het screeningsproces.

Over het onderzoek

In totaal namen vier afdelingen (interne geneeskunde, chirurgie, neurologie en traumageriatrie) van in totaal drie Nederlandse ziekenhuizen deel aan het onderzoek. Van elke afdeling zijn vier ziekenhuisprotocollen die geassocieerd zijn met functieverlies, geanalyseerd: het protocol voor ondervoeding, voor delirium, voor fysieke beperkingen en voor vallen. Om de dagelijkse praktijk in kaart te brengen hebben we betrokken verpleegkundigen geïnterviewd. Voor de vergelijking tussen de praktijk en de ziekenhuisprotocollen hebben we de Functional Resonance Analysis Method (FRAM) gebruikt.
Het onderzoek maakt deel uit van de Monitor Patiëntveiligheid 2019-2022 en wordt gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het Nivel voert het onderzoek uit samen met het Amsterdam Public Health (APH) research institute van Amsterdam UMC.