Beter inzicht in spoedzorgketen door gegevenskoppeling, maar eenduidigheid van de registratie vraagt aandacht
Nieuws
20-12-2021

Beter inzicht in spoedzorgketen door gegevenskoppeling, maar eenduidigheid van de registratie vraagt aandacht

Een patiënt die acute zorg nodig heeft, wordt vaak door zorgverleners uit verschillende disciplines behandeld. Goede samenwerking tussen deze zorgdisciplines is daarom belangrijk. Om te kunnen beoordelen waar de samenwerking geoptimaliseerd kan worden heeft het Nivel, in opdracht van Ambulancezorg Nederland (AZN), onderzocht of de spoedzorgketen inzichtelijker gemaakt kan worden. Hiertoe hebben we de datasets van regionale ambulancevoorzieningen (RAV’s), huisartsenpraktijken en huisartsenposten (HAP’s) met elkaar gekoppeld. De koppelmethode blijkt succesvol te zijn, want de spoedzorgketen wordt inderdaad inzichtelijker. Tegelijkertijd is het inhoudelijk interpreteren van de gekoppelde zorggegevens complexer dan verwacht. Door het registeren van zorggegevens in de ambulancezorg te optimaliseren kan hierin een verbeterslag gemaakt worden. Eenduidigheid van registratie is daarom een punt van aandacht.

Gegevenskoppeling is nodig omdat – zeker bij ambulancezorg – gegevens over uitkomsten van de zorg niet binnen de ambulancezorg zelf worden vastgelegd. Door de routinematig vastgelegde gegevens van ambulancediensten, huisartsenpraktijken en HAP’s te koppelen, krijgen we inzicht in de zogenaamde ‘zorgpaden’ die de patiënt in de spoedzorgketen doorloopt.

Inzicht in zorgpaden van de patiënt belangrijk

Het zorgpad dat een patiënt doorloopt, biedt informatie over de zorg die voorafgaand aan de (mogelijke) spoedzorg is verleend én nadien. Op deze wijze kunnen RAV’s hun rol in de spoedzorgketen wellicht beter zichtbaar maken en hun beleid, daar waar nodig, aanpassen. Om de zorgpaden van patiënten inzichtelijk te maken is gebruikgemaakt van de informatie die routinematig vastgelegde zorgdata bieden. Het betreft hier zorggegevens die verschillende zorgprofessionals tijdens het zorgtraject vastleggen in de elektronische dossiers van hun patiënten.

Inzicht in ambulance-inzet aan de hand van drie onderscheiden zorgpaden in de spoedzorgketen

Het onderzoek richtte zich op situaties waarbij een volledig uitgeruste ambulance werd ingezet maar vervoer van de patiënt achteraf niet nodig bleek te zijn, omdat de zorg die de ambulancezorgprofessionals ter plaatse verleenden toereikend was (dit wordt een mobiel zorgconsult genoemd). Beleidsmatig zijn dit interessante situaties. Het roept namelijk de vraag op of het organiseren van ambulancezorg efficiënter kan, namelijk door te voorkomen dat een volledig uitgeruste ambulance (achteraf gezien) onnodig wordt ingezet. Hiertoe zijn drie verschillende zorgpaden rondom zo’n ‘mobiel zorgconsult’ onderzocht:

  • Zorgpad 1: Mobiel zorgconsult na ambulance-oproep door de HAP
    De HAP schakelt via de meldkamer ambulancezorg (MKA) de ambulance in, maar ter plaatse blijkt dat de patiënt niet vervoerd hoeft te worden en alle zorg ter plaatse kan worden verleend.    
  • Zorgpad 2: Mobiel zorgconsult met opvolging van de HAP
    De ambulance is ter plaatse en verleent zorg, maar de patiënt hoeft niet vervoerd te worden; nadien meldt de patiënt zich op de HAP (binnen 1 tot 7 dagen).
  • Zorgpad 3: Mobiel zorgconsult na ambulance-oproep van een huisarts ter plaatse
    De huisarts ter plaatse schakelt ambulancezorg in, de ambulancezorgprofessional verleent zorg ter plaatse en vervoer van de patiënt blijkt niet nodig te zijn.

Eenduidige registratie randvoorwaarde

Het koppelen van de drie datasets (ambulancezorg, huisartsenpraktijken en HAP’s) op patiëntniveau blijkt technisch goed mogelijk te zijn, maar de inhoudelijke duiding van de uitkomsten is complexer gebleken. Dit komt met name doordat de verschillende RAV’s niet eenduidig registreren, ondanks het gemeenschappelijk gebruik van de zogenaamde basisset ambulancezorg (BSA). Een aanbeveling is daarom om, uitgaande van de BSA, tot betere afspraken te komen over een eenduidige wijze van registreren. Ook is meer bewustwording van de voordelen van eenduidige registratie onder ambulancezorgprofessionals nodig. Dit kan vorm krijgen door te werken met spiegelrapportages per RAV, waardoor zorgprofessionals van verschillende organisaties inzicht krijgen in de onderlinge verschillen en daar vervolgens over in gesprek kunnen gaan.

Een lerend zorgsysteem biedt spoedzorgketenpartners waardevolle inzichten over de organisatie van de huidige spoedzorg

Ondanks de genoemde beperkingen heeft deze studie laten zien dat inhoudelijke koppeling van zorggegevens van verschillende zorgdisciplines mogelijk is. Ook leiden de eerste inzichten tot onderlinge gesprekken tussen RAV’s en andere spoedzorgketenpartners over wat een lerend zorgsysteem voor de spoedzorgketen in de toekomst aan (waardevolle) informatie kan bieden.

Over het onderzoek

Voor het onderzoek stelden zes RAV’s hun routinematig vastgelegde zorgdata ter beschikking. Deze zorgdata zijn gekoppeld aan zorggegevens van huisartsenpraktijken en/of HAP’s die deelnemen aan Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn én praktijkvoeren binnen het verzorgingsgebied van één van de zes RAV’s. In totaal zijn 555.589 ambulance-inzetten gebruikt die konden worden gekoppeld aan 344.181 unieke patiënten. Dit betekent dat een deel van de patiënten meerdere ambulance-inzetten heeft gehad in de periode 2018-2019.