Publicatie

Publicatie datum
Solidariteit in het Nederlandse Zorgstelsel: een onderzoek naar de bereidheid om voor anderen te betalen onder de algemene bevolking.
Schors, W. van der, Brabers, A., Jong, J. de. Solidariteit in het Nederlandse Zorgstelsel: een onderzoek naar de bereidheid om voor anderen te betalen onder de algemene bevolking. www.nivel.nl: NIVEL, 2017.
Download de PDF
<strong> Solidariteit: een belangrijke pijler van het zorgstelsel</strong>
In Nederland dragen we via de zorgpremie voor het basispakket bij aan de betaling van de
zorgkosten van zowel onszelf als van anderen. Dit noemen we solidariteit. Solidariteit is een
belangrijke pijler van het zorgstelsel. In dit onderzoek hebben we solidariteit gedefinieerd als de bereidheid om voor anderen te betalen. Uit dit onderzoek blijkt dat de solidariteit van de bevolking in Nederland is gedaald tussen 2013 en 2015, waarbij deze daling met name wordt veroorzaakt door bepaalde groepen. Ook is het verschil in solidariteit tussen groepen groot. Verder blijkt dat er een hoge mate van solidariteit is met mensen met een slechte gezondheid en genetische aanleg voor een ernstige ziekte, maar minder ten aanzien van leefstijl.

<strong>Solidariteit gedaald, met name onder mensen met een middel opleidingsniveau of laag inkomen</strong>
De solidariteit van de bevolking in Nederland is gedaald tussen 2013 en 2015 van 73% naar 63%. De uitsplitsing naar achtergrondkenmerken laat zien dat er verschillen zijn tussen groepen in de mate van solidariteit. Zo bestaan er grote verschillen in solidariteit tussen hoog en laagopgeleiden en mensen met een hoog en laag inkomen. Er zijn ook verschillen te zien tussen 2013 en 2015. Onder hoogopgeleiden is de solidariteit in 2015 nagenoeg gelijk aan die in 2013, terwijl onder mensen met een middel opleidingsniveau, laag inkomen en mensen van 40‐64 de solidariteit in 2015 lager ligt dan in 2013.

<strong>Verwachte solidariteit gedaald, met name verschil tussen hoog en laagopgeleiden is groot</strong>
Ook de mate van verwachte solidariteit (in hoeverre mensen verwachten dat anderen solidair zijn) is gedaald, namelijk van 60% in 2013 naar 54% in 2015. In tegenstelling tot de solidariteit, laat hier de uitsplitsing naar achtergrondkenmerken een minder consistent beeld zien. Zo is de verwachte solidariteit onder hoogopgeleiden en jongeren (18‐39 jaar) iets hoger in 2015, terwijl middel en laagopgeleiden en mensen met een laag inkomen een daling laten zien in verwachte solidariteit. Met name het verschil tussen hoog (73%) en laagopgeleiden (39%) in verwachte solidariteit is groot.

<strong>Hoge mate van solidariteit met mensen met een slechte gezondheid en genetische aanleg voor ernstige ziekte, minder solidariteit ten aanzien van leefstijl</strong>
Mensen tonen zich in het bijzonder solidair met mensen met een niet zo goede gezondheid en mensen met een genetische aanleg voor een ernstige ziekte, gevolgd door ouderen en mensen die vaak naar de huisarts gaan. Het grootste deel van de mensen vindt dat deze groepen evenveel premie moeten betalen als mensen met een goede gezondheid, zonder genetische aanleg voor een ernstige ziekte, ouderen en mensen die minder vaak naar de huisarts gaan. Mensen blijken minder solidair ten aanzien van leefstijl: rokers, mensen die ongezond leven en mensen die veel alcohol drinken kunnen op de minste solidariteit rekenen. Deze groepen zouden volgens het merendeel van de mensen meer moeten betalen voor de premie voor de basisverzekering. Deze opvatting wordt mogelijk veroorzaakt door de eigen schuld gedachte die speelt bij mensen waarbij de betalingsbereidheid hoger is voor onvermijdbare zorgkosten dan voor vermijdbare zorgkosten veroorzaakt door leefstijl.
Sterke solidariteit met eigen groep Verder is te zien dat er sprake is van een sterke solidariteit met de “eigen groep”, en dat deze opvattingen nauwelijks zijn veranderd in 2015 vergeleken met 2013. Ter illustratie, bijna drie keer zoveel mensen die nooit roken geven aan dat rokers meer moeten betalen voor de basisverzekering dan mensen die elke dag roken. Rokers zijn dus meer solidair met rokers dan nietrokers. Hetzelfde beeld is te zien ten aanzien van alcohol gebruik en sporten. Dit solidair met de “eigen groep” zien we vooral bij leefstijl‐gerelateerde thema’s. Vervolgonderzoek Alleen door solidariteit te blijven monitoren kunnen we vaststellen of de daling van solidariteit zoals gevonden in ons onderzoek zich doorzet. Bovendien hebben we via dit onderzoek geen inzicht gekregen in onderliggende mechanismen die verschillen en de daling in solidariteit kunnen verklaren: heeft het te maken met zorgkosten, zijn mensen minder solidair doordat ze minder vertrouwen hebben in de medemens, of ligt de toegenomen individualisering eraan ten grondslag?
Door in toekomstig onderzoek verdiepende vragen te stellen zullen we betere uitspraken kunnen doen over de staat van de solidariteit, en over de factoren die hiervan op invloed zijn.
(aut. ref.)
Gegevensverzameling
Vragen, bel of mail:
A.E.M. (Anne) Brabers
Senior onderzoeker bij het Consumentenpanel Gezondheidszorg
J.D. (Judith) de Jong
Programmaleider Zorgstelsel en Sturing Bijzonder hoogleraar Zorgstelsel en Sturing CAPHRI, Universiteit Maastricht