Opleiding specialist ouderengeneeskunde in 2021 nóg beter beoordeeld dan in 2016
Nieuws
21-06-2021

Opleiding specialist ouderengeneeskunde in 2021 nóg beter beoordeeld dan in 2016

Artsen in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde (aios) en alumni van deze opleiding waren over het curriculum tot 2016 al tevreden. Voor het nieuwe curriculum dat in 2016 is ingevoerd, is nog meer waardering. Wel blijft er ook ruimte voor verbetering. Thema’s als management, leiderschap en de positionering van de specialist ouderengeneeskunde binnen de zorg zouden nog meer aandacht moeten krijgen. Dit blijkt uit de meest recente peiling (2021) van het Nivel, in opdracht van de SBOH (werkgever voor artsen in opleiding). Deze peiling was de derde in een reeks; de vorige vonden plaats in 2012 en 2016.

De praktijk waarin specialisten ouderengeneeskunde werken, verandert. De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde dient hier zo goed mogelijk op aan te sluiten. Daarom is het noodzakelijk het curriculum scherp in de gaten te houden, zodat dit kan worden bijgesteld indien nodig. In 2016 is een nieuw curriculum ingevoerd voor de opleiding specialist ouderengeneeskunde. In deze meest recente peiling van 2021 is dit nieuwe curriculum vergeleken met het oude.

In meest recente curriculum (vanaf 2016) nóg meer onderdelen positief beoordeeld

In de peiling van 2021 beoordelen de ondervraagde aios en alumni veel onderdelen van het curriculum dat sinds 2016 loopt, even goed of (nog) beter dan die in het vorige curriculum. Neem bijvoorbeeld de ‘terugkomdagen’: aios die in het eerste jaar de verpleeghuisstage lopen geven hun terugkomdagen in 2021 gemiddeld een 7,7, in vergelijking met een 6,4 in 2016. En alumni zijn wat betreft het nieuwe curriculum meer tevreden over onderwerpen als de invulling van de competentiegebieden ‘Organisatie’ en ‘Medisch handelen’.

Medisch-inhoudelijk onderwijs en management blijven wel aandachtspunten

Uiteraard zijn er ook punten van aandacht binnen de opleiding. Niet alle onderwerpen zijn in 2021 beter beoordeeld dan in 2016 en sommige onderwerpen zijn, ondanks een hogere score, nog steeds maar door een relatief klein deel van de respondenten als ‘voldoende’ aangemerkt. Dit geldt bijvoorbeeld voor het onderwerp ‘balans tussen medisch-inhoudelijk en niet-medisch onderwijs’. De relatief lage beoordeling is in 2021 niet veranderd; 53% van de alumni en 48% van de aios gaf aan dat er te veel aandacht is voor niet-medisch onderwijs. Verder is ‘de ziekenhuisstage’ een punt van aandacht.
Ook vinden alumni het thema ‘Management, positionering en leiderschap’ onderbelicht op onderwerpen als ‘medisch leiderschap’, ‘opleiden/supervisie geven’ en ‘omgaan met een Raad van Bestuur’. Alumni die het nieuwe curriculum (vanaf 2016) hebben gevolgd, zijn over deze onderwerpen wel positiever dan alumni die het oude curriculum (voor 2016) hebben gevolgd. Maar nog steeds vinden zij dat deze onderwerpen te weinig aan bod komen.

Over het onderzoek

Ter voorbereiding op de peiling van 2021 werden focusgroepen gehouden, waarin 9 alumni hun mening over de opleiding specialist ouderengeneeskunde deelden. De resultaten werden, samen met de vragenlijsten van eerdere peilingen, verwerkt in een web-enquête. Deze is verspreid via de Registratie Geneeskundig Specialisten (RGS). In totaal vulden 129 aios en 111 alumni (respectievelijk een respons van 41% en 27%) de enquête in.