Monitor: Beleving coronatijd en reacties op maatregelen

Hoe denken mensen in Nederland over de berichtgeving over het nieuwe coronavirus? En hoe ervaren zij de risico’s voor de gezondheid van henzelf en naasten ten gevolge van het nieuwe coronavirus? Het Nivel en het RIVM doen samen onderzoek naar hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven en hoe zij hierop reageren.

Beleving coronacrisis en reacties op maatregelen

Met zes herhaalde online vragenlijsten tussen 24 februari en 17 mei 2020 worden rond de 3000 mensen in Nederland bevraagd. Op dit moment berichten we op deze pagina over de ‘stand van zaken’ op basis van de resultaten van vijf vragenrondes.

OnderzoeksvragenOnderzoeksvragen
Met de vragenlijsten onderzoeken we, onder andere, hoe mensen denken over de berichtgeving over het nieuwe coronavirus en hoe zij het risico hiervan voor de gezondheid van henzelf en naasten beleven. Ook wordt gepeild hoe veel vertrouwen mensen hebben in de informatie van het RIVM en de maatregelen van de overheid. Daarnaast wordt gevraagd of mensen de coronamaatregelen van de overheid opvolgen en wat zij van die maatregelen vinden. De resultaten van dit onderzoek geven het RIVM inzicht in de communicatiebehoefte van mensen in Nederland. Het RIVM en het Nivel betrekken deze informatie bij hun communicatie.

Resultaten eerste vijf vragenrondesResultaten eerste vijf vragenrondes
De eerste vragenrondes zijn gehouden in de periode van 24 februari tot en met 3 mei. De vragenlijsten van de laatste vragenronde worden verstuurd in de week van 11 mei. De vragenlijsten worden verstuurd naar leden van het Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg. De feitenbladen met alle resultaten tot nu toe zijn de volgende:

Deelnemers: Nivel Consumentenpanel GezondheidszorgDeelnemers: Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg
Van de deelnemers is de verdeling man-vrouw bij alle gehouden vragenrondes min of meer gelijk: 50% - 50%. De gemiddelde leeftijd is hoger dan de gemiddelde leeftijd in Nederland. Dat komt omdat er relatief weinig mensen onder de 30 jaar deelnemen aan het Consumentenpanel Gezondheidszorg.

We hebben verschillende vragen gesteld over de volgende onderwerpen:
 

Berichtgeving over het nieuwe coronavirus1. Berichtgeving over het nieuwe coronavirus
 

Vraagstelling
Wij vroegen de deelnemers aan het onderzoek:

  • Zou u meer informatie willen over het nieuwe coronavirus?
  • Zo ja, waarover?

De resultaten van de meting worden weergegeven in figuur 1, waarna een toelichting volgt.

Figuur 1. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag 'Zou u meer informatie willen over het nieuwe coronavirus?' (Antwoordopties: Nee / Ja, namelijk over …). N = aantal deelnemers per vragenlijst

Figuur 1. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag 'Zou u meer informatie willen over het nieuwe coronavirus?'

Wat valt op (figuur 1)?
In de week van 24 februari gaf 26% van de deelnemers aan behoefte te hebben aan meer informatie. In de week van 28 april gaf nog slechts 15% van de deelnemers aan behoefte te hebben aan meer informatie over het nieuwe coronavirus (figuur 1, vergelijk meting 24 feb-1mrt met 28 apr-3 mei, paars).

Soort informatie (bij doorvragen)

  • In de week van 24 februari wilden deelnemers vooral meer informatie over hoe je besmet kunt raken met het nieuwe coronavirus, hoe je jezelf het best kunt beschermen en wat de ziekteverschijnselen van een infectie met het coronavirus zijn.
  • In de week van 28 april gaven de deelnemers nog steeds vaak aan behoefte te hebben aan meer informatie over hoe je besmet kunt raken met het nieuwe coronavirus en over hoe besmettelijk het is. Ook gaven deelnemers aan behoefte te hebben aan meer informatie over mondkapjes en over cijfers met betrekking tot ziekte, sterfte en kans op ziekte door het nieuwe coronavirus. Verder gaven veel deelnemers aan behoefte te hebben aan duidelijke en eenduidige informatie.
     

 2. Zorgen over het nieuwe coronavirus2. Zorgen over het nieuwe coronavirus
 

Vraagstelling
Deelnemers aan de vragenlijst werd gevraagd hoe bezorgd zij zijn over het nieuwe coronavirus:

  • Maakt u zich door het nieuwe coronavirus zorgen over uw eigen gezondheid?
  • Maakt u zich door het nieuwe coronavirus zorgen over de gezondheid van familie?

De resultaten van de meting worden weergegeven in figuur 2 en 3, waarna een toelichting volgt.

Figuur 2. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag ‘Maakt u zich zorgen door het nieuwe coronavirus … over uw eigen gezondheid?’. N = aantal deelnemers per vragenlijst

‘Maakt u zich zorgen door het nieuwe coronavirus … over uw eigen gezondheid?’.

Figuur 3. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag ‘Maakt u zich zorgen door het nieuwe coronavirus … over de gezondheid van uw familieleden?’. N = aantal deelnemers per vragenlijst

‘Maakt u zich zorgen door het nieuwe coronavirus … over de gezondheid van uw familieleden?’.

Wat valt op (figuur 2 en 3)?

  • In de week van 24 februari was 19% van de ondervraagden (heel erg) bezorgd over de eigen gezondheid en 28% over de gezondheid van familieleden (vergelijk figuur 2 en 3, meting 24 feb-1 mrt, oranje en rood bij elkaar opgeteld).
  • In de week van 30 maart antwoordde 47% dat zij zich (heel erg) zorgen maakten over hun eigen gezondheid en gaf 69% aan (heel erg) bezorgd te zijn over de gezondheid van familieleden (vergelijk figuur 2 en 3, meting 30 mrt-5 apr, oranje en rood bij elkaar opgeteld) .
  • In de week van 28 april was het percentage bezorgde deelnemers lager: 39% was (heel erg) bezorgd over de eigen gezondheid en 59% procent over de gezondheid van familieleden (vergelijk figuur 2 en 3, meting 28 apr-3 mei, oranje en rood bij elkaar opgeteld).

Vraagstelling (bij doorvragen)
De mensen die aangaven zich zorgen te maken, is vervolgens gevraagd waarom zij zich zorgen maakten.

Wat valt op?
Bij de meest recente vragenronde, in week van 28 april, gaven de deelnemers het volgende aan:

  • Vaak benoemden zij dat zij zich zorgen maakten omdat zijzelf of hun dierbaren kwetsbaar waren, bijvoorbeeld door een hoge leeftijd of door gezondheidsklachten.
    Daarnaast gaven zij aan zich zorgen te maken door het mogelijk ernstige en onvoorspelbare ziektebeloop van COVID-19 en doordat de situatie nog erg onzeker is.  
     

3. Vertrouwen3. Vertrouwen
 

Vraagstelling
Wij vroegen de deelnemers of zij vertrouwen hebben in de informatie van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, en in de maatregelen van de overheid.
Deze vragen zijn gesteld vanaf de derde vragenronde (in week van 30 maart).

De resultaten van de meting worden weergegeven in figuur 4 en 5, waarna een toelichting volgt.

Figuur 4. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag 'Hoeveel vertrouwen heeft u in de informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over het nieuwe coronavirus?'. N = aantal deelnemers per vragenlijst

'Hoeveel vertrouwen heeft u in de informatie van het Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over het nieuwe coronavirus?'.

Figuur 5. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag ‘Hoeveel vertrouwen heeft u in de maatregelen die de overheid neemt om verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken?’. N = aantal deelnemers per vragenlijst.

‘Hoeveel vertrouwen heeft u in de maatregelen die de overheid neemt om verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken?’.

Wat valt op (figuur 4 en 5)?

  • In de week van 30 maart gaf 84% van de deelnemers aan vertrouwen te hebben in de informatie van het RIVM en 80% in de maatregelen van de overheid (vergelijk figuur 4 en 5, meting 30 mrt-5 apr,  lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).
  • In de week van 13 april waren deze percentages iets hoger: toen gaf 85% van de deelnemers aan vertrouwen te hebben in de informatie van het RIVM en 84% in de genomen maatregelen van de overheid (vergelijk figuur 4 en 5, meting 13-19 apr, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).
  • In de week van 28 april waren de percentages weer iets lager; toen gaf 83% aan vertrouwen te hebben in de informatie van het RIVM en 81% in de maatregelen van de overheid (vergelijk figuur 4 en 5, meting 28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).
     

4. Maatregelen tegen het nieuwe coronavirus4. Maatregelen tegen het nieuwe coronavirus
 

Vraagstelling
Wij vroegen de deelnemers of zij zich aan de richtlijnen van de overheid houden en wat zij vinden van de maatregelen die de overheid neemt om verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken:

  • Houdt u zich aan de richtlijnen die worden geadviseerd door de overheid om verdere verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken (figuur 6)?
  • Denkt u dat de geadviseerde maatregelen helpen om de verspreiding van het coronavirus te beperken (figuur 7)?
  • Denkt u dat de meeste mensen in uw directe omgeving zich houden aan de geadviseerde maatregelen (figuur 8)?
  • Vindt u dat mensen zich moeten houden aan de geadviseerde maatregelen (figuur 9)?
  • Vindt u het moeilijk om zich te houden aan de geadviseerde maatregelen (figuur 10)?

We hebben de vragen met betrekking tot dit onderwerp gesteld vanaf vragenronde 3 (30 maart). De antwoorden zijn per vraag uitgewerkt in een grafiek (figuur 6 t/m 10). Onder ieder figuur volgt de toelichting erbij. Tot slot staat sommen we alle bevindingen van figuur 6 t/m 10 op tot een samenvatting bij dit vierde punt 'Maatregelen tegen het nieuwe coronavirus').

Figuur 6. Percentages antwoorden per vragenlijst op de vraag 'Houdt u zich aan de richtlijnen die worden geadviseerd door de overheid om verdere verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken?'. N = aantal deelnemers per vragenlijst

'Houdt u zich aan de richtlijnen die worden geadviseerd door de overheid om verdere verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken?'

Wat valt op (figuur 6)?
Het percentage mensen dat aangeeft zich te houden aan de richtlijnen is hoog en daalt licht; het percentage dat zegt zich hier (niet geheel maar) gedeeltelijk aan te houden is laag maar stijgt:

  • In de week van 30 maart antwoordde 93% van de ondervraagden zich te houden aan de richtlijnen van de overheid, 6% antwoordde zich gedeeltelijk aan de richtlijnen te houden (figuur 6 meting 30 mrt-5 apr, groen en oranje).
  • In de week van 13 april was het percentage van de deelnemers dat zich zegt te houden aan de richtlijnen iets lager met 91% van de deelnemers, 8% gaf toen aan zich gedeeltelijk te houden aan de richtlijnen (figuur 6 meting 13-19 apr, groen en oranje).
  • In de week van 28 april gaf nog 87% van de deelnemers aan zich te houden aan de richtlijnen, 12% gaf aan zich gedeeltelijk aan de richtlijnen te houden (figuur 6 meting 28 apr-3 mei, groen en oranje).

Figuur 7. Percentages antwoorden per vragenlijst op de stelling 'Ik denk dat de geadviseerde maatregelen helpen om de verspreiding van het coronavirus te beperken'. N = aantal deelnemers per vragenlijst

'Ik denk dat de geadviseerde maatregelen helpen om de verspreiding van het coronavirus te beperken'.

Wat valt op (figuur 7)?

  • In de week van 30 maart gaf 86% van de ondervraagden te denken dat de maatregelen van de overheid helpen om verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken.
  • Dit percentage was iets hoger in de week van 28 april, namelijk 90% (figuur 7, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).

Figuur 8. Percentages antwoorden per vragenlijst op de stelling 'De meeste mensen in mijn directe omgeving houden zich aan de geadviseerde maatregelen’. N = aantal deelnemers per vragenlijst

'De meeste mensen in mijn directe omgeving houden zich aan de geadviseerde maatregelen’.

Wat valt op (figuur 8)?
In de week van 30 maart antwoordde 86% van de deelnemers dat de meeste mensen in zijn/haar omgeving zich aan de maatregelen houden. In de week van 28 april waren dit minder mensen, namelijk 79% (figuur 8, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).

Figuur 9. Percentages antwoorden per vragenlijst op de stelling ‘Ik vind dat mensen zich moeten houden aan de geadviseerde maatregelen’. N = aantal deelnemers per vragenlijst

‘Ik vind dat mensen zich moeten houden aan de geadviseerde maatregelen’.

Wat valt op (figuur 9)?
Van de deelnemers in de week van 30 maart gaf 97% aan dat hij/zij vindt dat mensen zich aan de maatregelen moeten houden. In de week van 28 april was dit percentage nog steeds hoog met 95% (figuur 9, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).

Figuur 10. Percentages antwoorden per vragenlijst op de stelling ‘Ik vind het moeilijk om mij te houden aan de geadviseerde maatregelen’. N = aantal deelnemers per vragenlijst

‘Ik vind het moeilijk om mij te houden aan de geadviseerde maatregelen’.

Wat valt op (figuur 10)?
In de week van 30 maart gaf 14% van de deelnemers aan het moeilijk te vinden om zich aan de maatregelen te houden. In de week van 28 april maart was dit gestegen naar 22% (figuur 10, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, oranje en rood bij elkaar opgeteld).
 

Samengevat: wat valt op (figuur 6 t/m 10)?

  • In de week van 30 maart antwoordde 93% van de ondervraagden zich te houden aan de richtlijnen van de overheid, 6% antwoordde dit gedeeltelijk te doen. In de week van 28 april gaf nog 87% aan zich te houden aan de richtlijnen en antwoordde 12% dit gedeeltelijk te doen (figuur 6, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, groen en oranje).
  • In de week van 30 maart gaf 86% van de ondervraagden aan te denken dat de maatregelen van de overheid helpen om verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken. In de week van 28 april was dit iets hoger: 90% (figuur 7, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met  28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).
  • In de week van 30 maart antwoordde 86% van de deelnemers dat de meeste mensen in zijn/haar omgeving zich aan de maatregelen houden. In de week van 28 april was dit gedaald naar 79% (figuur 8, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).
  • In de week van 30 maart gaf 97% van de deelnemers aan dat hij/zij vindt dat mensen zich aan de maatregelen moeten houden. In de week van 28 april was dit percentage nog steeds hoog met 95% (figuur 9, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, lichtgroen en donkergroen bij elkaar opgeteld).
  • In de week van 30 maart gaf 14% van de deelnemers aan het moeilijk te vinden om zich aan de maatregelen te houden. In de week van 28 april maart was dit gestegen naar 22% (figuur 10, vergelijk meting 30 mrt-5 apr met 28 apr-3 mei, oranje en rood bij elkaar opgeteld).
Gegevensverzameling